Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: bestemmingsplan partiële herziening Sphinx, wijziging programma detailhandel
Status: ontwerp
Plan identificatie: NL.IMRO.0935.bpphSphinx2019-ow01

Regels

1 Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen

 
1.1 plan
het 'bestemmingsplan partiële herziening Sphinx, wijziging programma detailhandel' met identificatienummer NL.IMRO.0935.bpphSphinx2019-ow01 van de gemeente Maastricht.
 
1.2 moederplan:
het bestemmingsplan 'Sphinx' van de gemeente Maastricht, meer specifiek de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0935.bpSphinx-oh01 met de bijbehorende regels en bijlagen.
 
1.3 partiële herziening:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels.
2 Algemene regels
Artikel 2 Van toepassing verklaring regels moederplan
 
Het bepaalde in de regels van het moederplan is onverkort van toepassing op het voorliggende plan, met dien verstande dat:
 
- artikel 3, lid 1 als volgt wordt gewijzigd: 
  1. Uitsluitend op de verdiepingen:
    1. wonen;
Uitsluitend op de begane grondlaag, de eerste verdieping alsmede de kelderverdiepingen aansluitend bij de parkeergarages:
    1. detailhandel met een totale maximale oppervlakte van 20.000 m² w.v.o., met dien verstande dat de inpandige ruimte voor laden en lossen niet hoeft te worden meegerekend. De invulling van de detailhandel dient te gebeuren conform de Detailhandelsnota 2008 zoals door de raad van de gemeente Maastricht is vastgesteld op 16 september 2008;
    2. kantoren;
    3. horeca, met uitzondering van discotheken, gokhallen, nachtclubs en seksinrichtingen;
    4. dienstverlening;
    5. maatschappelijke voorzieningen;
    6. cultuur en ontspanning;
  1. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' voor een onderdoorgang;
  2. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' voor een ontsluitingsweg in de vorm van een woonstraat met een minimale breedte van 5 meter;
  3. aan huis verbonden beroepen;
  4. tuinen en erven;
  5. wegen, paden;
  6. (ondergrondse) parkeervoorzieningen in maximaal 3 ondergrondse bouwlagen;
  7. nutsvoorzieningen;
  8. groenvoorzieningen, waaronder speelvoorzieningen;
  9. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen;
  10. openbare verblijfsruimten;
met de daarbij behorende
  1. gebouwen;
  2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder kunstwerken.

Klik hier voor het raadplegen van het moederplan.
   
3 Overgangs- en slotregels
Artikel 3 Overgangsrecht

 
3.1 Overgangsrecht bouwwerken
  1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouw- of omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  2. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van het bepaalde onder a. voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a. met maximaal 10%.
  3. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
3.2 Overgangsrecht gebruik
  1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  3. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  4. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 4 Slotregel
 
Deze regels worden aangehaald als: Regels behorende bij het 'bestemmingsplan partiële herziening Sphinx, wijziging programma detailhandel'.