Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Klevarie
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0935.bpKlevarie-vg01

Artikel 12 Waarde - Maastrichts Erfgoed

 
12.1 Bestemmingsomschrijving
 
12.1.1
De voor Waarde-Maastrichts Erfgoed aangegeven gronden zijn, naast de voor de doeleinden van andere krachtens dit plan aan deze gronden gegeven bestemmingen, bestemd voor de bescherming van het op die gronden aanwezige cultureel erfgoed.
 
12.1.2
De bestemming Waarde-Maastrichts Erfgoed is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen diverse bestemmingen zijn de desbetreffende bepalingen, voor zover niet strijdig met de dubbelbestemming Maastrichts Erfgoed, van toepassing.
 
12.1.3
De binnen Waarde-Maastrichts Erfgoed gelegen gronden kennen de volgende onderverdeling van het op die gronden aanwezige cultureel erfgoed, waarbij de volgende categorieën aangemerkt worden als zijnde gemeentelijk monument ingevolge de gemeentelijke Erfgoedverordening: 
  1. specifieke bouwaanduiding-dominant bouwwerk;
  2. specifieke bouwaanduiding-kenmerkend bouwwerk;
  3. specifieke bouwaanduiding-waardevolle groenelementen;
  4. archeologische zones, onderverdeeld in de volgende categorieën: 
  • specifieke vorm van waarde-archeologische zone a;
  • specifieke vorm van waarde-archeologische zone b;
  • specifieke vorm van waarde-archeologische zone c.
12.1.4
De in 12.1.3 aangegeven categorieën van cultureel erfgoed worden in dit plan als volgt beschermd:
 
Dominant bouwwerk
Voor de op de verbeelding als dominant aangewezen bouwwerken geldt dat deze bouwwerken, overeenkomstig het bepaalde in de gemeentelijke Erfgoedverordening, de status hebben van gemeentelijk monument en dat van deze bouwwerken zowel het interieur als het exterieur is beschermd alsmede dat het uitvoeren van (bouw)werkzaamheden in, op, bij of aan deze bouwwerken dient te passen binnen de toegekende waarden en toepasselijke richtlijnen zoals vervat in het als separate bijlage opgenomen rapport “Cultuurwaardenonderzoek Klevarie”.
 
Kenmerkend bouwwerk
Voor de op de verbeelding als kenmerkend aangewezen bouwwerken geldt dat deze bouwwerken overeenkomstig het bepaalde in de gemeentelijke Erfgoedverordening en voor zover als zodanig beschreven in het als separate bijlage opgenomen rapport “Cultuurwaardenonderzoek Klevarie” de status hebben van gemeentelijk monument en dat van de bouwwerken slechts het exterieur is beschermd, een en ander conform het bepaalde in het voornoemde rapport alsmede dat het uitvoeren van (bouw)werkzaamheden in, op, bij of aan deze bouwwerken dient te passen binnen de toegekende waarden en toepasselijke richtlijnen zoals vervat in het voornoemde rapport.
 
Waardevolle groenelementen:
Voor de op de verbeelding opgenomen waardevolle groenelementen geldt dat deze elementen overeenkomstig het bepaalde in de gemeentelijke Erfgoedverordening, en voor zover als zodanig beschreven in het als separate bijlage opgenomen rapport “Cultuurwaardenonderzoek Klevarie” de status hebben van gemeentelijk monument en dat het uitvoeren van (bouw)werkzaamheden in, op, bij of aan de als zodanig aangewezen elementen dient te passen binnen de bestaande cultuurhistorische context, de toegekende waarden en toepasselijke richtlijnen zoals vervat in voornoemd rapport.
 
Archeologische zones:
Voor de op de verbeelding als 'specifieke vorm van waarde'- archeologische zone a, b of c aangewezen gronden alsmede binnen een straal van 50 meter rond bekende archeologische vindplaatsen geldt dat behoud van het bodemarchief in situ gaat voor behoud ex situ; indien behoud in situ niet mogelijk is kunnen voorwaarden aan de toepasselijke vergunning worden verbonden met het oog op behoud van het bodemarchief ex situ.
   
12.2 Bouwregels
 
Monumenten
 
12.2.1
Op de voor Waarde-Maastrichts Erfgoed aangewezen gronden, met daarop beschermde Rijksmonumenten en of gemeentelijke monumenten, mag worden gebouwd indien en voor zover:
  1. bebouwing mogelijk is krachtens de onderliggende bestemming en;
  2. de bestaande kwaliteit niet wordt aangetast door wezenlijke veranderingen in het stedenbouwkundige beeld, bepaald door situering, massa, kapvorm, hoogtematen, gevel- en raamindeling, zulks met inbegrip van waardevolle details en;
  3. de bouwplannen niet strijdig zijn met- en worden uitgevoerd met inachtneming van de toepasselijke richtlijnen zoals vervat in het als separate bijlage opgenomen rapport “Cultuurwaardenonderzoek Klevarie”.
12.2.2
Voor zover de bouwvergunning, dan wel de directe of indirecte gevolgen van de in de bouwaanvraag genoemde bouwwerkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van een gemeentelijk monument, kunnen aan de bouwvergunning de volgende regels worden verbonden:
  1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor monumenten kunnen worden behouden;
  2. de verplichting om de bouwwerkzaamheden die tot monumentverstoring leiden, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de monumentenzorg die voldoet aan door Burgemeester en Wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
Archeologische zones
 
12.2.3
Op de gronden mag slechts worden gebouwd indien:
  1. bebouwing mogelijk is krachtens de onderliggende bestemming en;
  2. het bouwplangebied de oppervlakte ondergrens van de betreffende archeologische zone, zoals omschreven in 12.2.6 niet overschrijdt;
  3. bij overschrijding van de onder b. genoemde ondergrenzen, de bouwwerken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden aantoonbaar niet leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal.
12.2.4
Geen verstoring van archeologisch materiaal in de zin van lid 12.2.3 onder c. vindt plaats indien:
  1. de ingre(e)p(en) word(t)(en) verricht op minder dan 0,40 meter onder maaiveld;
  2. het bouwplan of bouwplannen uitsluitend betrekking heeft of hebben op verandering of vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande bebouwde oppervlakte gehandhaafd blijft en de bestaande fundering niet wordt gewijzigd en of uitgebreid;
  3. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
12.2.5
Voor zover de bouwvergunning, dan wel de directe of indirecte gevolgen van de in de bouwaanvraag genoemde bouwwerkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan aan de bouwvergunning één of meer van de volgende regels worden verbonden: 
  1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
  2. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek, waaronder opgravingen;
  3. de verplichting de activiteiten die tot bodemverstoring leiden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de monumentenzorg die voldoet aan door Burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
12.2.6
De regels als bedoeld in artikel 12.2.5 kunnen alleen aan de bouwvergunning worden verbonden indien:
  1. het bouwplangebied zich bevindt binnen een straal van vijftig meter van een bekende archeologische vindplaats of historisch relict (archeologische zone a) of;
  2. het bouwplangebied zich bevindt tussen de eerste en tweede stadsmuur (archeologische zone b) of binnen de historische dorpskernen én een omvang heeft van minimaal 250 m² of;
  3. het bouwplangebied zich bevindt buiten de tweede stadsmuur (archeologische zone c) én een omvang heeft van minimaal 2.500 m². 
Rapportageplicht
 
12.2.7
Burgemeester en wethouders kunnen de aanvrager van een bouw-, aanleg- en of sloopvergunning, verplichten een rapport te overleggen waarin de bouw- en of cultuurhistorische waarden en of zonodig de archeologische (verwachtings)waarden van het op de bouw-, aanleg- of sloopaanvraag betrekking hebbende terrein en de zich eventueel daarop bevindende opstallen, naar het oordeel van Burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
 
12.2.8
Het rapport als bedoeld in lid 12.2.7 wordt vervaardigd met inachtneming van een programma van eisen, welke daartoe is opgesteld door een deskundige op het gebied van archeologie en of cultuurhistorie van de gemeente Maastricht.
 
Advies
 
12.2.9
Ten behoeve van de voor Waarde-Maastrichts Erfgoed aangewezen gronden met daarop een gemeentelijk monument, worden alle aanvragen om een bouw- , aanleg- en of sloopvergunning alsmede de ontheffingsaanvragen, voor advies aan de gemeentelijke Welstands-/ Monumentencommissie voorgelegd.
    
12.3 Nadere eisen
 
Burgemeester en wethouders kunnen binnen bestemmingen met de aanduiding “Maastrichts Erfgoed” nadere eisen stellen in het kader van de bouw-, aanleg- en sloopvergunning ten aanzien van de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien ter plaatse gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten of behoudens- en beschermingswaardige archeologische resten aanwezig zijn.
   
12.4 Ontheffing van de bouwregels
 
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de regels met betrekking tot de bebouwing, voor het bouwen ten behoeve van de onderliggende bestemmingen, onder de voorwaarden dat:
  1. de cultuur- en bouwhistorische waarden alsmede de archeologische waarden niet worden aangetast;
  2. de nieuwbouw binnen de cultuur- en bouwhistorische waarden alsmede de archeologische waarden past dan wel een kwalitatieve bijdrage aan de genoemde waarden levert;
  3. er geen wezenlijke veranderingen worden aangebracht in het stedenbouwkundige beeld;
  4. voor zover het monumenten dan wel archeologisch waardevolle locaties betreft, dient hierover voorafgaand aan de verlening van de ontheffing, advies te worden ingewonnen bij een ter zake deskundige van de gemeente Maastricht.
 
12.5 Aanlegvergunning
 
Monumenten
 
12.5.1
Op de voor Waarde-Maastrichts Erfgoed aangewezen gronden, met daarop beschermde rijksmonumenten en of gemeentelijke monumenten zoals aangeduid op de verbeelding, is het verboden zonder, of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
  1. het vellen, rooien of anderszins aantasten van waardevolle groenelementen;
  2. het geheel of gedeeltelijk wijzigen, aantasten, vernietigen van dominante en kenmerkende bouwwerken, waaronder begrepen alle detaillering en gevelafwerking alsmede het interieur van de dominante panden;
  3. het geheel of gedeeltelijk wijzigen, aantasten, vernietigen van de waardevolle cultuurhistorische elementen. 
12.5.2
Voor zover de aanlegvergunning, dan wel de directe of indirecte gevolgen van de in de aanvraag genoemde werken of werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van een gemeentelijk monument, kunnen aan de aanlegvergunning de volgende regels worden verbonden:
  1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor monumenten kunnen worden behouden;
  2. de verplichting om de bouwwerkzaamheden die tot monumentverstoring leiden, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de monumentenzorg die voldoet aan door Burgemeester en Wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 
Archeologische zones
 
12.5.3
Op de voor archeologische zones aangewezen gronden zoals aangeduid op de verbeelding, is het verboden zonder, of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 
  1. bodemverstorende ingrepen op een grotere diepte dan 0,40 meter onder maaiveld, dan wel 0,40 meter boven maaiveld, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage, draineren, ontginnen alsmede het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  2. het graven, aanleggen, verbreden of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten;
  3. het verlagen of het verhogen van het waterpeil;
  4. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  5. het bebossen van gronden die op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan, niet als bosgrond kunnen worden aangemerkt;
  6. het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd;
  7. het aanleggen van een boomgaard;
  8. het scheuren van grasland;
  9. werken die leiden tot inklinking van de bodem indien en voorzover zulks aantoonbaar leidt tot verstoring van het in situ archeologisch bodemarchief. 
12.5.4
De in 12.5.3 genoemde aanlegvergunningplicht geldt slechts indien:
  1. werken en/of werkzaamheden plaatsvinden binnen een straal van vijftig meter van een bekende vindplaats of historisch relict (archeologische zone a) of;
  2. werken en/of werkzaamheden plaatsvinden tussen de eerste en tweede stadsmuur (archeologische zone b) of binnen de historische dorpskernen én een omvang heeft van minimaal 250 m² of;
  3. werken en/of werkzaamheden plaatsvinden buiten de tweede stadsmuur (archeologische zone c) én een omvang heeft van minimaal 2.500 m²; 
12.5.5
Voor zover de aanlegvergunning, dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en/of werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kunnen aan de aanlegvergunning één of meer van de volgende regels worden verbonden:
  1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
  2. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek, waaronder opgravingen;
  3. de verplichting de activiteiten die tot bodemverstoring leiden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de monumentenzorg die voldoet aan door Burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.  
12.5.6
Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing voor:
  1. werken en/of werkzaamheden die naar oordeel van Burgemeester en wethouders van ondergeschikte betekenis zijn of behoren tot de normale bodemexploitatie en het normale bodemgebruik of:
  2. werken en/of werkzaamheden die naar oordeel van Burgemeester en wethouders behoren tot normaal onderhoud, daaronder begrepen onderhoudswerkzaamheden gericht op de instandhouding van terreinen met archeologische waarden;
  3. werken en/of werkzaamheden welke op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd. 
12.5.7
 
Advies
 
Ten behoeve van de voor Waarde-Maastrichts Erfgoed aangewezen gronden met daarop een gemeentelijk monument, kunnen alle aanvragen om een aanlegvergunning voor advies aan de gemeentelijke Welstands-/ Monumentencommissie worden voorgelegd.
  
12.6 Sloopvergunning
 
Vergunningplicht
 
12.6.1
Op de voor Waarde-Maastrichts Erfgoed aangewezen gronden, met daarop beschermde Rijksmonumenten en/of gemeentelijke monumenten zoals aangeduid op de verbeelding, is het verboden een bouwwerk geheel of gedeeltelijk af te breken zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en wethouders (sloopvergunning).
 
Archeologische zones
 
12.6.2
De in 12.6.1 genoemde vergunningplicht is van overeenkomstige toepassing indien sloop een bodemverstorende ingreep dieper dan 0,40 meter onder maaiveld met zich brengt en:
  1. de sloop plaatsvindt binnen een straal van vijftig meter van een bekende archeologische vindplaats of historisch relict of (archeologische zone a);
  2. de sloop plaatsvindt tussen de eerste en tweede stadsmuur (archeologische zone b) of binnen de historische dorpskernen én een omvang heeft van minimaal 250 m² of;
  3. de sloop plaatsvindt buiten de tweede stadsmuur (archeologische zone c) én een omvang heeft van minimaal 2.500 m². 
Regels
 
12.6.3
Voor zover de sloopwerkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal en/of een gemeentelijk monument worden aan de sloopvergunning de volgende regels verbonden:
  1. de verplichting tot een door Burgemeester en wethouders bepaalde wijze van slopen;
  2. de verplichting de sloop die tot bodem- en of monumentverstoring leid(t)(en), te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologie en of monumentenzorg die voldoet aan door Burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 
12.6.4 Rapportageplicht
Burgemeester en wethouders kunnen de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het slopen van een gemeentelijk monument of het slopen in een cultuurhistorisch attentiegebied verplichten een archeologisch en/of cultuurhistorisch rapport te overleggen, waarin de archeologische (verwachtings)waarden en/of zonodig een cultuurhistorische waardestelling van het op de aanvraag betrekking hebbende terrein en de zich eventueel daarop bevindende opstallen naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is of zijn vastgesteld.
 
Weigeringsgronden
 
12.6.5
Onverminderd het bepaalde in artikel 3.20, tweede en derde lid Wro mag de sloopvergunning worden geweigerd indien de sloop, dan wel de sloopwerkzaamheden in strijd is of zijn met cultuurhistorische, architectonische en/of archeologische waarden zoals neergelegd in dit geldend bestemmingsplan.
 
Advies
 
12.6.6
Ten behoeve van de voor Waarde-Maastrichts Erfgoed aangewezen gronden met daarop een gemeentelijk monument, kunnen alle aanvragen om een aanlegvergunning voor advies aan de gemeentelijke Welstands-/ Monumentencommissie worden voorgelegd.
  
12.7 Wijzigingsbevoegdheid
 
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door op de verbeelding de specifieke bouwaanduiding-dominant bouwwerk, -kenmerkend bouwwerk, -waardevolle groenelementen, en/of de specifieke vorm van waarde-archeologische zone a, b of c, geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van cultuur- en bouwhistorisch of archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen cultuur-, en bouwhistorische waarden en of archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel deze waarden niet meer als zodanig bescherming behoeven.