direct naar inhoud van 4.6 Waterparagraaf
Plan: Spreiding Maastrichtse Coffeeshops: Köbbesweg
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0935.bpSMCKobbesweg-on01

4.6 Waterparagraaf

In de waterparagraaf worden de wateraspecten van het plan onderzocht en getoetst bij de waterbeheerders. Sinds 1 november 2003 is het wettelijk geregeld dat voor het vaststellen van ruimtelijke plannen de watertoetsprocedure dient te worden doorlopen. De Watertoets is een procesinstrument waarmee dient te worden bereikt dat de waterbeheerder vroegtijdig wordt betrokken in de ruimtelijke planvorming. Hierdoor kan invulling gegeven worden aan de beleidsdoelstellingen in het plangebied en kan het water de ruimte worden gegeven die het nodig heeft.

In het beheersgebied van waterschap Roer en Overmaas dient onder andere bij een ontwikkeling die ziet op een toename van het verhard oppervlak met 1.000 m² of meer, een wateradvies aangevraagd te worden bij het waterschap. Het project betreft de bouw een Coffeecorner. Het gebouw heeft een oppervlak van maximaal 1.500 m2 exclusief de verhardingen ten behoeve van parkeervoorzieningen.

Om uitgangpunten, kansen en knelpunten voor de watertoets te bepalen is overleg gevoerd met Waterschap Roer en Overmaas en de gemeente Maastricht. Op basis hiervan is de onderhavige waterparagraaf opgesteld.

De huidige bodemopbouw in het plangebied is van wezenlijk belang voor de huidige en toekomstige (grond)waterhuishouding. Ten behoeve van bestemmingsplan Eijsden-Maastricht is bodemkundig/hydrologisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat de toplaag van de bodem bestaat uit leem of klei met en een zeer lage doorlatendheid van hooguit enkele decimeters per dag en heeft een dikte van 1,7 tot 4,0 meter. Beneden deze toplaag bevinden zich zand- en grindlagen met vanaf 5 meter beneden maaiveld hoge doorlatendheden.

Uit onderzoek ten behoeve van bestemmingsplan Eijsden-Maastricht is gebleken dat de Maas een blijvend drainerend effect heeft op de grondwaterstanden in het gebied, zelfs rond pieken op de Maas. Het grondwater stuwt op bij hoge rivierpeilen, maar blijft in westelijke richting naar de Maas stromen. Er treedt dus normaal gesproken (wellicht met uitzondering van korte perioden tijdens een afvoerpiek) geen rivierkwel op.

Bij hoge waterstanden op de Maas zal water vanuit de rivier kunnen infiltreren in de zand- en grindlagen. De toplaag van klei en leem, voorkomt echter in grote mate dat dit infiltrerende water kan uittreden als kwel in de gebieden grenzend aan het waterbergend winterbed van de Maas. De pieken in de grondwaterstanden zijn duidelijk later en (relatief) minder hoog dan de pieken in de Maas. Dit effect wordt beïnvloed door de afstand tot de Maas: de peilbuizen dicht bij de Maas reageren sneller en meer op hoge Maasstanden dan de buizen op grotere afstand.

Uitgangspunten

De uitgangspunten voor het waterhuishoudkundig systeem van het plangebied zijn conform het vigerende bestemmingsplan Eijsden-Maastricht. Het eerste uitgangspunt is dat de delen van het hemelwatersysteem die niet permanent watervoerend zijn (met uitzondering van de Zeep) ten hoogste één à anderhalve dag na beëindiging van de neerslag droogvallen. Daarnaast geldt voor de dimensionering van het vuilwatersysteem dat wordt gerekend met een capaciteit van een "nat" bedrijventerrein, onder meer om ook hemelwater van kleine, vuile oppervlakken te kunnen afvoeren zonder overstorten.

Grondwater
Op basis van beschikbare informatie blijkt dat de hoogste grondwaterstanden in het gebied dieper dan 7 meter onder het maaiveld liggen. Dit is bepaald op basis van TNO-grondwatergegevens (TNO-NITG 2004; peilbuis B61F0101 en B61F0345). De 1:50.000 bodemkaart van Nederland laat geen grondwatertrap zien, omdat het grondwater zo laag ligt ten opzichte van het maaiveld.

Van het grondwater is geen verontreiniging bekend.

Oppervlaktewater
Binnen het plangebied zijn geen primaire wateren of zuiveringstechnische werken gelegen. Het beekje “de Zeep” loost ten noorden van het plangebied op de Maas.

De Zeep, die van oost naar west langs het plangebied stroomt, staat delen van het jaar droog en ontvangt overstortwater uit het gemengde rioolstelsel van Gronsveld en het water van de "Termaardergrub", een watergang die bij de oostelijke exploitatiegrens uitstroomt in de Zeep. De Termaardergrub ontspringt tussen Termaar en Margraten op het Plateau van Margraten. Het stroomgebied van deze watergang beslaat ongeveer 2300 ha.

Ten westen van het plangebied stroomt een effluentleiding van de RWZI Heugem samen met de Zeep. Deze effluentleiding is permanent watervoerend.

Opppervlaktewaterkwaliteit
De waterkwaliteit van de Zeep is matig doordat vanuit het achterliggende gebied nutriënten worden aangevoerd en in geval van zware neerslag overstortwater vanuit de riolering van Gronsveld via de Zeep wordt afgevoerd.

Wateroverlast
Deze locatie ligt niet binnen het winterbed van de Maas. De Maas speelt als oppervlaktewater in de nabijheid van het plangebied een belangrijke rol. Van de Zeep is bekend dat de afvoer kan stagneren bij hoge Maasstanden; laaggelegen terreindelen inunderen dan. De Maas kent grote fluctuaties in haar waterpeil en reageert snel op neerslag bovenstrooms in het plangebied. Bij bouw in de Köbbesweg dient rekening gehouden te worden met hoge Masstanden en daardoor hoge waterstanden in de Zeep. Ten behoeve van overleg over het bestemmingsplan voor het bedrijventerrein Eijsden - Maastricht is besloten een kade aan te leggen waarmee het veiligheidsniveau op 1/1250 jaar wordt bereikt. Langs Oosterweg wordt kade aangelegd met kruinhoogte van 50,15m+NAP. Langs De Zeep wordt kade aangelegd met kruinhoogte van 50,10m+ NAP.

In het kader van het Nationaal Bestuursakkoord Water en de watertoets dient voldoende waterberging aangelegd te worden dat een neerslaggebeurtenis van T=25 (35 mm in 45 minuten) verwerkt kan worden. Bij een neerslaggebeurtenis van T=100 (45 mm in 30 minuten) dient geen wateroverlast op te treden. Deze wateroverlast kan worden opgevangen door een bodempassage met infiltratievoorziening onder de parkeerplaats te realiseren of een bodempassage met geknepen infiltratievoorziening. Deze voorziening dient in overleg met het waterschap Roer en Overmaas verder uitgewerkt te worden. In het geval de voorziening met overstort wordt ontworpen dient een watervergunning te worden aangevraagd. De overstort wordt uitgevoerd met een knijpconstructie zodat er vertraagd wordt afgekoppeld.

Beheer en onderhoud

In het plangebied zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van niet-uitlogende bouwmaterialen.

Het gebruik van strooizout en chemische onkruidbestrijdingsmiddelen wordt beperkt.

Advies Waterschap

In het kader van het vooroverleg is het voorontwerp bestemmingsplan ter advies aan het Waterschap voorgelegd. Het Waterschap heeft op 14 januari 2010 een negatief wateradvies gegegeven. Zie bijlagen 2 Nota van inspraakreacties (bron: MER) en 3 Advies Watertoets voor de opmerkingen.

De reacties zijn inmiddels in onderhavige bestemmingsplan verwerkt zodat aan het advies van het Waterschap tegemoet wordt gekomen.