direct naar inhoud van 3.2 Locatiekeuze
Plan: Spreiding Maastrichtse Coffeeshops: Köbbesweg
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0935.bpSMCKobbesweg-on01

3.2 Locatiekeuze

Mogelijke (nieuwe) exploitatielocaties aan de rand van de (binnen)stad, die voldoen aan gestelde criteria, zijn onderzocht. Hieruit zijn vier zoekgebieden naar voren gekomen. De gemeenteraad heeft op 26 juni 2007 ingestemd met de voorgestelde locaties voor de Coffeecorners en heeft het college opdracht gegeven deze locaties verder uit te werken.

De locatiekeuze heeft in vier stappen plaatsgevonden:

  • 1. het formuleren van criteria;
  • 2. het stellen van een ruimtelijk kader;
  • 3. een voorselectie van mogelijke zoekgebieden;
  • 4. nadere analyse van de geselecteerde zoekgebieden.

3.2.1 Formuleren criteria

Allereerst zijn zorgvuldig acht selectiecriteria, waaraan een potentiële nieuwe exploitatielocatie moet voldoen, bepaald (raadsstuk "Coffeeshopbeleid" van 28 november 2005).

Hierbij is gekeken naar de ligging (nabij invalswegen en voldoende verwijderd van woonbuurten), toegankelijkheid, mogelijkheden m.b.t. beveiliging en controle, parkeermogelijkheden, etc. De criteria waaraan een locatie moet voldoen zijn:

  • 1. De locatie dient op Maastrichts grondgebied gelegen te zijn.
    Gezien het feit dat omliggende gemeente hebben gekozen voor een nul-optiebeleid en dus géén coffeeshops op hun grondgebied willen toestaan, dient de potentiële nieuwe locatie binnen de gemeentegrenzen van Maastricht gelegen te zijn;
  • 2. De locatie dient beschikbaar te zijn.
    De potentiële nieuwe locatie dient ofwel in eigendom te zijn van de gemeente Maastricht ofwel er dient zicht te zijn op verwerving;
  • 3. De locatie moet uit oogpunt van ruimtelijke ordening toelaatbaar zijn.
    Uitgangspunt is dat op alle potentiële nieuwe locaties een wijziging van het bestaande bestemmingsplan noodzakelijk is. Dit moet echter wel mogelijk zijn. Verder wordt hiermee bedoeld dat ook gekeken wordt naar de toekomstige ontwikkelingen op de bedoelde locatie. Er kunnen bestemmingsplannen in ontwikkeling zijn, of er zijn concretere voornemens aanwezig om bepaalde ontwikkelingen te gaan realiseren;
  • 4. De locatie mag geen aantasting van het woon- en leefklimaat of gevaar voor aantasting openbare orde tot gevolg hebben.
    Naast de reeds genoemde criteria, wordt onder dit criterium nogmaals een algemene blik geworpen op de directe omgeving om te bezien of er nog andere aspecten in de directe omgeving spelen, die in de overige criteria niet aan de orde zijn geweest (op het gebied van mogelijkheden tot handhaving). Hierbij is de politie gevraagd of een voorgedragen locatie geschikt is om voldoende handhavende op te kunnen treden;
  • 5. De locatie dient niet in woonwijken gelegen te zijn.
    Een woonwijk is gedefinieerd als een aangesloten bebouwing van een groot aantal woningen. Nadrukkelijk zijn solitair gelegen woningen uitgesloten;
  • 6. De locatie dient niet nabij locaties waar jeugd samenkomt gelegen te zijn (scholen e.d.).
    Binnen de gemeente Maastricht geldt geen afstandcriterium naar scholen voor de vestiging van coffeeshops. Ondanks dit gegeven is er toch nadrukkelijk gekeken of er in de buurt van een potentiële locaties scholen zijn gelegen. Hierbij is gekeken naar de richtlijn uit de cannabisbrieven van de laatste jaren. Hierbij is een (loop)afstand van 250 meter als richtlijn aangenomen.
    Naast de locatie waar jeugd samenkomt zijn tevens de volgende specifieke aspecten bekeken: géén aanwezigheid van smart-, head- en growshop, hotel, horecavoorziening en sexinrichting; geen maatschappelijke voorzieningen drugs in de buurt; geen plek waar grote groepen mensen samenkomen;
  • 7. De locatie dient gelegen te zijn bij een invalsweg naar de stad, dan wel een industrieterrein.
    Een invalsweg wordt hier omschreven als een weg die deel uitmaakt van de hoofdwegenstructuur die vanaf de stadsrand gericht is op de binnenring. Onder industrieterrein wordt tevens een bedrijventerrein verstaan;
  • 8. De locatie moet voldoende parkeergelegenheid kunnen bieden, alsmede beveiliging en toezicht om overlast voor de omgeving te voorkomen.
    Hierbij wordt gekeken of de locatie op een dusdanige manier kan worden ingericht dat er voldoende parkeerplaatsen op het eigen terrein te realiseren zijn, maar ook dat het terrein overzichtelijk te houden is in combinatie met afscherming naar de omgeving. De termen zichtlocatie en toegankelijkheid zijn hierbij termen die getoetst worden.

3.2.2 Ruimtelijk kader

Uit onderzoek van OWP Research / Intraval (oktober 2008) blijkt dat de coffeeshoptoeristen zich via acht invalswegen de stad benaderen (zie linker kaart in onderstaande afbeelding). Deze acht invalswegen zijn te categoriseren op basis van vier delen (kwadranten) waarop de stad Maastricht kan worden ingedeeld. Immers, gezien ligging en toegankelijkheid van de stad, zijn er vier stadsdelen aan te wijzen waarop de stad kan worden benaderd (noord-west, noord-oost, zuid-oost en zuid-west). Drie van deze vier kwadranten kunnen worden aangewezen als veelgebruikte toegang naar de stad, wanneer het gaat om coffeeshoptoerisme (belangrijkste bezoekersstromen) (zie rechter kaart in onderstaande afbeelding).

Voor een optimale spreiding en bereikbaarheid, dient er dus voor elk van deze drie kwadranten één locatie te worden aangewezen voor een potentiële nieuwe exploitatielocatie (Coffeecorner).Uitgangspunt hierbij is dat de belangrijkste bestaande aanrijroutes van coffeeshoptoeristen naar Maastricht niet gewijzigd zullen worden.

Gezien het feit dat omliggende gemeente hebben gekozen voor een nul-optiebeleid en dus géén coffeeshops op hun grondgebied willen toestaan, dient de potentiële nieuwe locatie binnen de gemeentegrenzen van Maastricht gelegen te zijn (criterium 1).

De rechter kaart geeft het uiteindelijke ruimtelijke kader weer waarbinnen gezocht is naar potentiële nieuwe locaties.

afbeelding "i_NL.IMRO.0935.bpSMCKobbesweg-on01_0013.png"

3.2.3 Voorselectie van potentiele zoekgebieden

Aan de hand van de selectiecriteria en het gestelde ruimtelijk kader, zijn 23 potentiële zoekgebieden aangewezen als 'voorselectie zoekgebieden'. Een deel hiervan is aangedragen door derden en waren dus "beschikbaar".

Deze aangedragen locaties zijn uiteraard ook met behulp van de criteria op geschiktheid getoetst.

In bijlage 5 van het MER is een overzicht opgenomen waarin schematisch is weergegeven of een potentiële locatie voldeed aan de criteria. Uit dit selectieproces zijn uiteindelijk vier geschikte zoekgebieden overgebleven alwaar gezocht moest worden naar een geschikte locatie binnen het zoekgebied. De 19 gebieden die niet geschikt zijn bevonden, voldeden om diverse redenen niet aan de gestelde criteria. Denk hierbij aan toekomstige ontwikkelingen op het gebied van nieuwbouw (woonlocaties), beperkte toegankelijkheid, geplande / aanwezige voorzieningen (bijv. zwembad), moeilijke relatie / ontsluiting A2 (bereikbaarheid), directe nabijheid van scholen, etc.

3.2.4 Nadere analyse van zoekgebieden

Bijlage 5 van het MER geeft het overzicht van de potentiële zoekgebieden welke zijn beoordeeld aan de hand van de gestelde criteria. Uit deze analyse zijn vier zoekgebieden naar voren gekomen:

  • Köbbesweg
  • Brusselseweg
  • François de Veyestraat (tijdelijke locatie in afwachting van de definitieve locatie in de Beatrixhaven)
  • Beatrixhaven

In voorliggend bestemmingsplan is de Köbbesweg verder uitgewerkt.