direct naar inhoud van 1.2 Milieueffectrapportage
Plan: Spreiding Maastrichtse Coffeeshops: Köbbesweg
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0935.bpSMCKobbesweg-on01

1.2 Milieueffectrapportage

1.2.1 Een vrijwillige m.e.r.-procedure

Op grond van het (gewijzigde) Besluit Milieueffectrapportage 1994 geldt voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een recreatieve of toeristische voorziening een m.e.r.-plicht in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een technische capaciteit voor de uitbreiding van 500.000 bezoekers (of meer) per jaar. Bij 250.000 bezoekers of meer per jaar is er sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht.

Hoewel de gemeente de coffeeshops niet definieert als een recreatieve of toeristische activiteit, heeft de gemeente besloten voorzichtigheidshalve de mogelijke milieueffecten van coffeeshopactiviteiten gelijk te stellen aan mogelijke milieueffecten van recreatiebedrijven.

Gelet op de verwachte bezoekersaantallen (OWP Research / Intraval, oktober 2008) heeft de gemeente eind 2008 een onderzoek in het kader van de procedure voor een m.e.r.-beoordeling opgestart voor de locaties aan de Köbbesweg, de François de Veijestraat en de Brusselseweg. Op basis van de voorlopige resultaten van dat onderzoek is de verwachting dat er geen sprake is van belangrijke nadelige effecten op het milieu: de omvang en het bereik van de milieugevolgen zijn beperkt en er is geen sprake van kwetsbare locaties. Wel zal voor een aantal milieuthema's bestaand onderzoek moeten worden geactualiseerd.

Desondanks heeft de gemeente tussentijds besloten de procedure milieueffectrapportage (m.e.r.-procedure) vrijwillig op te starten. Dit omdat de raming van de bezoekersaantallen is gebaseerd op een onderzoek onder de bezoekers van de bestaande coffeeshops in 2008. Indien er rekening wordt gehouden met een zekere groei van het aantal bezoekers, als totaal of van het aandeel bezoekers dat de coffeeshops bezoekt die in de Coffeecorners zijn gevestigd, is het niet uit te sluiten dat de drempelwaarde van 500.000 bezoekers gedurende de reguliere planhorizon van een bestemmingsplan (10 jaar) wordt overschreden.

Voortbordurend op het besluit om voorzichtigheidshalve de mogelijke milieueffecten van coffeeshopactiviteiten gelijk te stellen aan mogelijke milieueffecten van recreatiebedrijven heeft de gemeente, gezien de onzekerheidsmarge in de ramingen van de bezoekersaantallen, besloten een Milieueffectrapport (MER) op te stellen, waarin wordt ingegaan op de milieugevolgen van de realisatie van deze Coffeecorners, ook bij een groter aantal bezoekers dan nu wordt ingeschat.

MER en wetgeving
Per 1 juli 2010 is de Wet milieubeheer gewijzigd. Hierbij is de milieueffectrapportages (m.e.r.) gemoderniseerd. Voor projecten waarbij de richtlijnen voor het MER voor 1 juli 2010 zijn vastgesteld geldt de oude procedure. De gemeenteraad heeft als bevoegd gezag in september 2009 de richtlijnen voor dit MER vastgesteld. Hiermee valt dit project onder de oude procedure.
 

1.2.2 Betrokken partijen

Initiatiefnemers

De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de startnotitie en het milieueffectrapport. In deze m.e.r.-procedure is het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Maastricht de initiatiefnemer voor de m.e.r.-procedure.


Bevoegd gezag

Het MER bevat informatie die ondersteunt bij de keuze voor een m.e.r.-plichtige activiteit. De m.e.r.-plichtige activiteit is in dit geval de verplaatsing van 7 coffeeshops naar de Coffeecornerlocaties. Hieraan zijn wijzigingen van bestemmingsplannen conform de Wet op de Ruimtelijke Ordening gekoppeld. De Gemeenteraad van Maastricht neemt deze besluiten en vormt daarmee het bevoegde gezag.

De gemeenteraad heeft als bevoegd gezag in september 2009 de richtlijnen voor dit MER vastgesteld. In haar vergadering van 22 december 2009 heeft het college van B&W de concept MER vrijgegeven voor inspraak (extra ten opzichte van de wettelijke verplichte inspraak). Na de vorming van een nieuw college (raadsverkiezingen maart 2010) heeft het college in mei 2010 de Nota van Reacties n.a.v. de ingediende zienswijzen vastgesteld.

Commissie voor de m.e.r.

De Commissie voor de m.e.r. (Cmer) is een onafhankelijk orgaan. Per m.e.r.-procedure stelt de commissie uit haar leden een werkgroep samen van twee tot zes deskundigen. Deze adviseert het bevoegde gezag. Eerst over de richtlijnen voor de inhoud van het MER en daarna over de volledigheid, juistheid en kwaliteit van het MER.

1.2.3 Startnotitie en richtlijnen MER

De startnotitie is de eerste stap in de m.e.r.-procedure. De startnotitie biedt aan het Bevoegd Gezag, de bevolking, de Commissie voor de milieueffectrapportage en de wettelijke adviseurs op hoofdlijnen informatie over de voorgenomen activiteiten.

De lezer krijgt informatie over aanleiding en doel van het initiatief, de m.e.r.-procedure en de onderwerpen die in het MER onderzocht zullen worden. Met behulp van de startnotitie zijn de richtlijnen opgesteld voor de inhoud van het milieueffectrapport (MER).

Op 18 maart 2009 is met de bekendmaking van de startnotitie in de "Maaspost" de m.e.r.-procedure van start gegaan. De startnotitie heeft ten behoeve van de inspraak gedurende zes weken ter inzage gelegen.

Mede op basis van de inspraakreacties op de startnotitie heeft de Commissie voor de Milieueffectrapportage adviesrichtlijnen voor de inhoud van het MER uitgebracht op 18 mei 2009 aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag voor deze procedure is de gemeenteraad van Maastricht. Het bevoegd gezag heeft de richtlijnen voor de inhoud van het MER vastgesteld op 22 september 2009. Het MER is mede aan de hand van deze richtlijnen opgesteld.

1.2.4 MER en aanvaarding

Na inspraak en advies zal de Commissie voor de Milieueffectrapportage het MER toetsen aan de Richtlijnen, op juistheid en volledigheid van informatie en de wettelijke regels voor de inhoud van een MER. Het bevoegd gezag gebruikt dit toetsingsadvies bij de besluitvorming over de vergunning Wet milieubeheer.

Het MER is een hulpmiddel voor de besluitvorming over de spreiding van de coffeecorners in de gemeente Maastricht. Het MER heeft tot doel om het milieubelang een volwaardige rol te laten spelen bij de belangenafweging. De m.e.r.-procedure en met name de rol van de Commissie voor de Milieueffectrapportage geeft alle belanghebbenden de garantie dat de besluitvorming een toetsbare weg doorloopt, waarbij inspraak en advies wezenlijke elementen zijn.

Het MER is aanvaard in de de raadsvergadering van 25 januari 2011.

Tevens is in deze raadsvergadering bepaald dat voor de verdere ontwikkeling van het spreidingsplan coffeeshops zal worden gekozen voor locatie Köbbesweg, locatie Brusselseweg en locatie Beatrixhaven.