direct naar inhoud van Artikel 4 Water
Plan: Grensmaas WKC
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0935.bpGrensmaasWKC-vo02

Artikel 4 Water

4.1 Bestemmingsomschrijving

De op de verbeelding voor "Water" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wat betreft de Maas voor het stroomvoerend rivierbed van deze rivier alsmede voor waterstaatsdoeleinden;
  • b. waterstaatkundige kunstwerken zoals kades met bijbehorende taluds, kunstmatige en natuurlijke oevers, bruggen, sluizen, grond- en waterkeringen (zoals damwanden en overige kademuren);
  • c. visgeleidingssystemen;
  • d. vistrap;
  • e. ontgrondingen en ontgravingen in het kader van actief bodembeheer Maas;
  • f. grinddrempels en –ruggen met het oog op het in standhouden van het laagwaterpeil rekening houdend met de Waterwet;
  • g. tijdelijke voorzieningen ten behoeve van het Grensmaasproject, zoals werkwegen en geluidwerende voorzieningen;
  • h. ontsluitingswegen en daarbij behorende tijdelijke en permanente voorzieningen ten behoeve van de bereikbaarheid;
  • i. extensieve dagrecreatie, zoals sportvisserij en kanoën;

    alsmede voor:
  • j. een waterkrachtcentrale ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van water- waterkrachtcentrale SW-WKC" met de daarbij behorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder mede begrepen vuilcontainers, en de opslag van containers.

4.2 Bouwregels

Op of in de als "Water" bestemde gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van het gebied dat is aangeduid als "specifieke vorm van water- waterkrachtcentrale SW-WKC" waar de aanleg van de waterkrachtcentrale, een visgeleidinssysteem en een vistrap is toegestaan met dien verstande dat:

  • 1. gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, binnen het bouwvlak worden opgericht zulks met uitzondering van grond- en waterkeringen welke tevens buiten het bouwvlak zijn toegestaan;
  • 2. de maximale bouwhoogte binnen het bouwvlak NAP +56.5 meter mag bedragen;
  • 3. grond- en waterkeringen ten behoeve van de waterkrachtcentrale (zoals damwanden en overige kademuren) worden opgericht tot een maximale hoogte van NAP +45.5 meter.

4.3 Specifieke gebruiksregels

Onder een met de bestemming strijdig en daarmee verboden gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik en laten gebruiken van gronden om/voor:

  • 1. het stapelen, storten of neerleggen van grond, bagger, specie, puin of andere zinkende stoffen en anders dan ten behoeve van de aanleg van een waterkrachtcentrale;
  • 2. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur, steigers inbegrepen, met uitzondering van bakens ter geleiding van de scheepvaart met een hoogte van maximaal 8,00 meter en anders dan ten behoeve van de aanleg van een waterkachtcentrale;
  • 3. het aanbrengen van ophogingen, met uitzondering van ophogingen in het rivierbed van de Maas in de vorm van grinddrempels en -ruggen met het oog op het in stand houden van het laagwaterpeil en ophogingen in verband met de aanleg van de waterkrachtcentrale, daarbij rekening houdend met de Waterwet;
  • 4. het aanbrengen van terreinomheiningen anders dan ten behoeve van de waterkrachtcentrale;
  • 5. het aanbrengen van beplantingen en/of bomen anders dan ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de waterkrachtcentrale en mits de doorstroombaarheid is gegarandeerd.

4.4 Ontheffing van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders zijn in de volgende gevallen bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 4.3:

  • a. indien dat noodzakelijk is voor een goed waterstaatkundig beheer en inrichting van de gronden en de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad;
  • b. ten behoeve van het medegebruik van de waterkrachtcentrale voor educatieve doeleinden (informatiecentrum) en de belangen van derden en aangrenzende bestemmingen niet onevenredig worden geschaad.