direct naar inhoud van Artikel 1 Begrippen
Plan: Grensmaas WKC
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0935.bpGrensmaasWKC-vo02

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan:

het bestemmingsplan Grensmaas WKC van de gemeente Maastricht.

1.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO met de bijbehorende regels en bijlagen.

1.3 verbeelding

de tekeningnummer NL.IMRO.0935.bpGrensmaasWKC-vo02 van het bestemmingsplan Grensmaas WKC.

1.4 aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.5 aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.6 bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.7 bebouwingsoppervlak

het oppervlak van het bouwperceel, bestemmingsoppervlak dan wel van het bouwvlak, dat ten hoogste met gebouwen (kassen en warenhuizen daaronder niet begrepen) mag worden bebouwd.

1.8 bestaand

ten tijde van de tervisielegging van het plan aanwezig.

1.9 bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak.

1.10 bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.11 bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.12 bouwgrens:

de grens van een bouwvlak.

1.13 bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.14 bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel.

1.15 bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.16 bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.17 cultuurhistorische waarde

de kenmerken van het gebruik dat de mens in de loop der geschiedenis van grond en gebouwen heeft gemaakt, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de beplanting, het slotenpatroon of de architectuur; onder cultuurhistorische waarden worden mede verstaan de archeologische waarden.

1.18 duurzame agrarische bedrijfsvoering

in stand houden en ontwikkelen van de agrarische productiefunctie waarbij als uitgangspunt geldt, dat aan volwaardige agrarische bedrijven voldoende mogelijkheden moeten worden geboden om ook op lange termijn de nodige volwaardigheid en levensvatbaarheid te behouden.

1.19 gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.20 kade(muren)

secundaire waterkering met verschillende functies, waaronder

  • overlaatfunctie bij extreme waterstanden
  • onderdeel van het stroomvoerend rivierbed
  • drooghouden van de polder
  • al dan niet in combinatie met een golfwerende functie

waarop een weg kan zijn gelegen.

1.21 landschappelijke waarde

de aan een gebied toegekende waarde, die wordt bepaald door de aanwezigheid van de onderlinge samenhang en beinvloeding van de niet-levende en levende natuur (met inbegrip van de mens).

1.22 peil
  • a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang;
  • b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkte terrein dat het bouwwerk omgeeft (maaiveld of terphoogte).
1.23 stroomvoerend rivierbed

het gedeelte van het rivierbed dat op de detailkaart behorende het het besluit Beleidsregels grote rivieren (Besluit van 4 juli 2006, nr. HDJZ/I&O/2006-948, zoals dat geldt op het moment van vaststelling van dit plan) is aangegeven als stroomvoerend regiem.

1.24 visgeleidingssysteem

een systeem bedoeld ten behoeve van de stroomafwaardse vismigratie.

1.25 vistrap:

een voorziening die bedoeld is om de stroomopwaartse vismigratie mogelijk te maken.

1.26 weg

alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, de tot de wegen of paden behorende vrijliggende fietspaden, alsmede de aan de wegen liggende parkeerterreinen.