gemeente: Maastricht   status: Ontwerp
plannaam: Maastricht Centraal, reparatie Gebroeders Hermansstraat 11-13   datum: 08-12-2010
 

3 Algemene regels

 

Artikel 5 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 6 Algemene gebruiksregels

Onder strijdig gebruik, als bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval verstaan:

      1. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud;

      2. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud;

      3. gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie;

      4. gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens als coffeeshop, smart-, head- of growshop dan wel als groothandel in smart-, head- en growproducten.

Artikel 7 Algemene aanduidingsregels

 

7.1 Geluidzone - Industrie

 

7.1.1 Aanduidingsomschrijving

Op de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘Geluidzone - Industrie’ zijn, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, mede bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidbelasting vanwege industrielawaai op geluidgevoelige gebouwen en functies.

7.1.2 Bouwregels

Voor het bouwen van gebouwen geldt dat een op grond van de basisbestemming toelaatbaar geluidgevoelig gebouw of geluidgevoelige functie niet mag worden gerealiseerd.

7.1.3 Afwijking van de bouwregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 7.1.2 en toegestaan dat nieuwe geluidgevoelige objecten worden gebouwd, mits de geluidbelasting vanwege het industrielawaai op de gevels van deze geluidgevoelige gebouwen en/of functies niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verleende hogere grenswaarde.

7.1.4 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze aanduiding, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van niet-geluidsgevoelige gebouwen voor geluidsgevoelige functies.

7.1.5 Afwijking van de gebruiksregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 7.1.4 en toegestaan dat niet-geluidsgevoelige gebouwen worden gebruikt voor geluidsgevoelige functies, mits de geluidbelasting vanwege het industrielawaai op de gevels van deze geluidgevoelige gebouwen en/of functies niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verleende hogere grenswaarde.

Artikel 8 Algemene afwijkingsregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van:

      1. de in deze regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages.

      2. deze regels en worden toegestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft;

      3. deze regels en worden toegestaan dat het bouwvlak in geringe mate wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft;

      4. deze regels ten behoeve van de overschrijding van de voorgevellijn voor de bouw van een luifel aan de voorgevel van een hoofdgebouw, geen woning zijnde, met dien verstande dat:

        1. de overschrijding van de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 2 m;

        2. de bouwhoogte van de luifel niet meer mag bedragen dan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw;

        3. er geen bezwaren bestaan vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid en uit stedenbouwkundig oogpunt.

      5. deze regels en worden toegestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, met dien verstande dat:

        1. de inhoud per gebouwtje niet meer dan 50 m3 mag bedragen;

        2. de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m mag bedragen;

      6. deze regels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en worden toegestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot:

        1. ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot niet meer dan 40 m;

        2. ten behoeve van waarschuwings- en/of communicatiemasten tot niet meer dan 50 m;

        3. ten behoeve van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot niet meer dan 10 m;

      7. deze regels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van een overschrijding van deze maximaal toegestane bouwhoogte voor plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten, met dien verstande dat:

        1. de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer mag bedragen dan 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak;

        2. de totale bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,25 maal de maximaal toegestane bouwhoogte van het betreffende gebouw.

Artikel 9 Algemene procedureregels

Met betrekking tot het stellen van nadere eisen ingevolge artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening dienen de volgende procedureregels in acht te worden genomen:

      1. het ontwerpbesluit met de daarop betrekking hebbenden stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp, liggen gedurende drie weken voor belanghebbenden ter inzage;

      2. burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging tevoren in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis bladen die in de gemeente worden verspreid op de gebruikelijke wijze bekend;

      3. in het voorkomende geval wordt tevens de aanvrager van de omgevingsvergunning, naar aanleiding waarvan de nadere eisen worden gesteld, tevoren schriftelijk in kennis gesteld van de terinzagelegging;

      4. belanghebbenden kunnen bij burgemeester en wethouders naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze over het ontwerpbesluit binnen de onder a genoemde termijn naar voren brengen.