gemeente: Maastricht   status: Ontwerp
plannaam: Maastricht Centraal, reparatie Gebroeders Hermansstraat 11-13   datum: 08-12-2010
 

Regels

 

1 Inleidende regels

 

Artikel 1 Begrippen

plan

het bestemmingsplan "Maastricht Centraal, reparatie Gebroeders Hermansstraat 11-13" van de gemeente Maastricht.

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0935.bpGebrHstr11en13-ow01 met de bijbehorende regels.

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

aanduidinggrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

afwijking van de bouwregels en/of van de gebruiksregels

een afwijking als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c van de Wet ruimtelijke ordening;

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

bebouwingspercentage

een in dit plan aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwvlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd.

bestaande situatie

      1. bij bouwwerken: aanwezig c.q. in aanbouw op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend.

      2. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat.

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak.

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

bouwgrens

de grens van een bouwvlak.

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

coffeeshop

een horecabedrijf, dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse, met eventueel als nevenactiviteit het verstrekken van kleine etenswaren, al dan niet ter plaatse bereid, en van verdovende en/of hallucinerende stoffen.

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

grow-producten

verzamelnaam voor producten welke gebruikt worden voor de kweek van hennep zoals onder andere meststoffen, zaden, groeilampen, ventilatoren, lectuur.

growshop

een voor publiek toegankelijk gebouw dat blijkens zijn constructie en inrichting is bestemd en/of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling, verkopen of leveren van grow-producten voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

head-producten

verzamelnaam voor producten welke verwant zijn aan de hasj-cultuur zoals onder andere waterpijpen, vloeipapier, cocaïnedoosjes en versnijdingsmiddelen zoals cafeïne.

headshop

een voor publiek toegankelijk gebouw dat blijkens zijn constructie en inrichting is bestemd en/of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling, verkopen of leveren van head-producten voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps-, of bedrijfsactiviteit.

omgevingsvergunning

een vergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden

een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder a van de Wet ruimtelijke ordening;

omgevingsvergunning ten behoeve van het slopen van bouwwerken

een vergunning als bedoeld in artikel 3.3. onder b van de Wet ruimtelijke ordening;

onderbouw

een gedeelte van een gebouw dat niet als een bouwlaag wordt aangemerkt en maximaal 1,50 meter boven peil is gelegen, tenzij in de regels een andere maat is aangegeven.

overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak.

peil

      1. voor gebouwen die onmiddellijk aan een weg grenzen of waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang of

      2. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.

seksbedrijf

een voor het publiek toegankelijke gebouw of een gedeelte van een gebouw, in welk gebouw of welk gedeelte, handelingen, vertoningen en/of voorstellingen van erotische en/of pornografische aard plaatsvinden. Hieronder wordt mede begrpen een sekswinkel zijnde een gebouw of een gedeelte van een gebouw, welk gebouw of welk gedeelte, is bestemd en/of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig te koop en/of te huur aanbieden, waaronder mede begrepen uitstalling, verkopen, verhuren en/of leveren van seksartikelen. Ook een prostitutiebedrijf is hieronder begrepen. Seks- en of pornobedrijf is een aparte functie en valt derhalve op geen enkele wijze onder enige andere functie c.q. bestemming, zoals bedoeld, dan wel omschreven in dit bestemmingsplan.

smart-producten

verzamelnaam voor producten met een, sterk, stimulerende, werking. De betreffende producten zoals onder andere herbal, XTC, frisdranken met guarana, producten met efedrine en paddo's kunnen zijn samengesteld uit meerdere, oppeppende, psychotrope stoffen.

smartshop

een voor publiek toegankelijk gebouw dat blijkens zijn constructie en inrichting is bestemd en/of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling, verkopen of leveren van smart-, en ecoproducten voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps-, of bedrijfsactiviteit.

voorgevelrooilijn

de gevel van een gebouw, die gekeerd is naar de weg of het openbaar gebied, en het verlengde daarvan of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt en het verlengde daarvan.

woning

een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één huishouden.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2 Bestemmingsregels

 

Artikel 3 Verkeer - Spoorverkeer

 

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Verkeer - Spoorverkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor:

      1. spoorverkeer, met daarbij behorende voorzieningen, zoals een station, wachtruimten, perrons, overkappingen en bedrijfsgebouwen, zoals een wasstraat;

      2. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk - verenigingssociëteit’ tevens de bestaande verenigingssociëteit;

      3. wegen, fiets- en voetpaden;

      4. parkeervoorzieningen;

      5. groenvoorzieningen;

      6. fietsenstallingen;

      7. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

3.2 Bouwregels

 

3.2.1 Algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken geldt de volgende bepaling:

      1. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)’ is aangegeven.

3.2.2 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:

      1. gebouwd binnen het bouwvlak;

      2. goothoogte maximaal de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)’ aangegeven goothoogte;

      3. bouwhoogte maximaal de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)’ aangegeven bouwhoogte;

3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:

      1. de bouwhoogte van overkappingen ten behoeve van het railverkeer en bouwwerken geen gebouwen zijnde voor de geleiding, beveiliging en regeling van het railverkeer mag maximaal 10 meter bedragen;

      2. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde anders dan genoemd in lid a mag maximaal 4 meter bedragen.

Artikel 4 Waarde - Archeologie B

 

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Waarde - Archeologie B’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

4.2 Bouwregels

 

4.2.1 Algemeen

Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen, gelden de volgende bepalingen:

      1. de bouwwerken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden aantoonbaar leiden niet tot een verstoring van archeologisch materiaal. Geen verstoring van archeologisch materiaal vindt plaats indien:

        1. de ingre(e)p(en) word(t)(en) verricht op minder dan 0,40 meter onder dan wel boven maaiveld;

        2. het bouwplan of bouwplannen uitsluitend betrekking heeft of hebben op verandering of vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande bebouwde oppervlakte gehandhaafd blijft en de bestaande fundering niet wordt gewijzigd en of uitgebreid;

        3. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardigde archeologische waarden (meer) aanwezig zijn;

      2. bij aanvraag van een omgevingsvergunnning voor het bouwen dient voor bouwwerken met een oppervlakte van minimaal 250 m2 en dieper dan 0,40 meter, een rapport te worden overleggen waarin de archeologische (verwachtings)waarden van het betreffende terrein naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, met dien verstande dat het rapport als bedoeld in dit lid, wordt vervaardigd met inachtneming van een programma van eisen, welke daartoe is opgesteld door een deskundige op het gebied van archeologie en of cultuurhistorie van de gemeente Maastricht.

4.2.2 Voorwaarden

Indien uit het in lid 4.2.1 onder b genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen of kunnen worden verstoord, en de bouwwerkzaamheden een omvang hebben van minimaal 250 m2, kunnen aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden worden verbonden:

      1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;

      2. de verplichting tot een bepaalde wijze van slopen;

      3. de verplichting de sloop, restauratie en of de activiteit(en) die tot bodemverstoring leid(t)(en), te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologie en of monumentenzorg.

4.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen binnen deze bestemmingen nadere eisen stellen in het kader van omgevingsvergunning voor het bouwen ten aanzien van de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige archeologische resten aanwezig zijn.

4.4 Omgevingsvergunning ten behoeve van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden

 

4.4.1 Werken en werkzaamheden

Op de gronden binnen deze bestemming, is het verboden zonder, of in afwijking van een omgevingsvergunning ten behoeve van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

      1. bodemverstorende ingrepen op een grotere diepte dan 0,40 meter onder maaiveld, dan wel 0,40 meter boven maaiveld, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage, draineren, ontginnen alsmede het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;

      2. het graven, aanleggen, verbreden of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten;

      3. het verlagen of het verhogen van het waterpeil;

      4. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;

      5. het bebossen van gronden die op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan, niet als bosgrond kunnen worden aangemerkt;

      6. het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd;

      7. het aanleggen van een boomgaard;

      8. het scheuren van grasland.

4.4.2 Omgevingsvergunning

De in lid 4.4.1 genoemde vergunningplicht geldt slechts indien de ingreep een omvang heeft van minimaal 250 m2.

4.4.3 Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 4.4.1 en 4.4.2 is niet van toepassing voor:

      1. werken of werkzaamheden die:

        1. van ondergeschikte betekenis zijn of;

        2. behoren tot de normale bodemexploitatie en het normale bodemgebruik of;

        3. behoren tot normaal onderhoud, daaronder begrepen de onderhoudswerkzaamheden gericht op de instandhouding van terreinen met cultuurhistorische en of archeologische waarden;

      2. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning, afwijking of anderszins mogen worden uitgevoerd;

4.4.4 Voorwaarden

Voor zover de in lid 4.4.1 en 4.4.2 genoemde werken en of werkzaamheden, dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en of werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kunnen aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende voorschriften worden verbonden:

      1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;

      2. de verplichting tot een bepaalde wijze van slopen;

      3. de verplichting de sloop, restauratie en of de activiteit(en) die tot bodemverstoring leid(t)(en), te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologie en of monumentenzorg.

4.5 Omgevingsvergunning ten behoeve van het slopen van bouwwerken

 

4.5.1 Vergunningplicht

Op de gronden binnen deze bestemming is het verboden een bouwwerk geheel of gedeeltelijk af te breken zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ten behoeve van het slopen van bouwwerken indien sloop een bodemverstorende ingreep onder maaiveld met zich brengt met een omvang van minimaal 250 m2.

4.5.2 Voorwaarden

Voor zover de sloopwerkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, worden aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende voorschriften worden verbonden:

      1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;

      2. de verplichting tot een door burgemeester en wethouders bepaalde wijze van slopen;

      3. de verplichting de sloop, restauratie en of de activiteit(en) die tot bodemverstoring leid(t)(en), te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologie en of monumentenzorg.

4.6 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door deze bestemming, geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel deze waarden niet meer als zodanig bescherming behoeven.

3 Algemene regels

 

Artikel 5 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 6 Algemene gebruiksregels

Onder strijdig gebruik, als bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval verstaan:

      1. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud;

      2. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud;

      3. gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie;

      4. gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens als coffeeshop, smart-, head- of growshop dan wel als groothandel in smart-, head- en growproducten.

Artikel 7 Algemene aanduidingsregels

 

7.1 Geluidzone - Industrie

 

7.1.1 Aanduidingsomschrijving

Op de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘Geluidzone - Industrie’ zijn, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, mede bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidbelasting vanwege industrielawaai op geluidgevoelige gebouwen en functies.

7.1.2 Bouwregels

Voor het bouwen van gebouwen geldt dat een op grond van de basisbestemming toelaatbaar geluidgevoelig gebouw of geluidgevoelige functie niet mag worden gerealiseerd.

7.1.3 Afwijking van de bouwregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 7.1.2 en toegestaan dat nieuwe geluidgevoelige objecten worden gebouwd, mits de geluidbelasting vanwege het industrielawaai op de gevels van deze geluidgevoelige gebouwen en/of functies niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verleende hogere grenswaarde.

7.1.4 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze aanduiding, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van niet-geluidsgevoelige gebouwen voor geluidsgevoelige functies.

7.1.5 Afwijking van de gebruiksregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 7.1.4 en toegestaan dat niet-geluidsgevoelige gebouwen worden gebruikt voor geluidsgevoelige functies, mits de geluidbelasting vanwege het industrielawaai op de gevels van deze geluidgevoelige gebouwen en/of functies niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verleende hogere grenswaarde.

Artikel 8 Algemene afwijkingsregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van:

      1. de in deze regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages.

      2. deze regels en worden toegestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft;

      3. deze regels en worden toegestaan dat het bouwvlak in geringe mate wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft;

      4. deze regels ten behoeve van de overschrijding van de voorgevellijn voor de bouw van een luifel aan de voorgevel van een hoofdgebouw, geen woning zijnde, met dien verstande dat:

        1. de overschrijding van de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 2 m;

        2. de bouwhoogte van de luifel niet meer mag bedragen dan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw;

        3. er geen bezwaren bestaan vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid en uit stedenbouwkundig oogpunt.

      5. deze regels en worden toegestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, met dien verstande dat:

        1. de inhoud per gebouwtje niet meer dan 50 m3 mag bedragen;

        2. de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m mag bedragen;

      6. deze regels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en worden toegestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot:

        1. ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot niet meer dan 40 m;

        2. ten behoeve van waarschuwings- en/of communicatiemasten tot niet meer dan 50 m;

        3. ten behoeve van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot niet meer dan 10 m;

      7. deze regels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van een overschrijding van deze maximaal toegestane bouwhoogte voor plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten, met dien verstande dat:

        1. de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer mag bedragen dan 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak;

        2. de totale bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,25 maal de maximaal toegestane bouwhoogte van het betreffende gebouw.

Artikel 9 Algemene procedureregels

Met betrekking tot het stellen van nadere eisen ingevolge artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening dienen de volgende procedureregels in acht te worden genomen:

      1. het ontwerpbesluit met de daarop betrekking hebbenden stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp, liggen gedurende drie weken voor belanghebbenden ter inzage;

      2. burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging tevoren in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis bladen die in de gemeente worden verspreid op de gebruikelijke wijze bekend;

      3. in het voorkomende geval wordt tevens de aanvrager van de omgevingsvergunning, naar aanleiding waarvan de nadere eisen worden gesteld, tevoren schriftelijk in kennis gesteld van de terinzagelegging;

      4. belanghebbenden kunnen bij burgemeester en wethouders naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze over het ontwerpbesluit binnen de onder a genoemde termijn naar voren brengen.

4 Overgangs- en slotregels

 

Artikel 10 Overgangsrecht

 

10.1 Overgangsrecht bouwwerken

 

10.1.1 Algemeen

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

      1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

      2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

10.1.2 Afwijking

Bij omgevingsvergunning kan eenmalig worden afgeweken van het bepaalde in artikel 10.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het bepaalde in artikel 10.1.1 met maximaal 10%.

10.1.3 Uitzondering

Het bepaalde in artikel 10.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning voor het bouwen en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

10.2 Overgangsrecht gebruik

 

10.2.1 Algemeen

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

10.2.2 Verandering gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in artikel 10.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

10.2.3 Onderbroken gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde in artikel 10.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

10.2.4 Uitzondering

Het bepaalde in artikel 10.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 11 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Maastricht Centraal, reparatie Gebroeders Hermansstraat 11-13".

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van