Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: De Leim
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0935.bpDeLeim-vg01

5.6 Bodem

Deelgebied I: 'Locatie Rekko'
De wijken Heer en Scharn liggen volgens het Bodembeheerplan Maastricht 2007 in de deelgebieden ‘overig’, ‘ophoging’ en ‘inundatie’. Voor het deelgebied ‘overig’ zijn er maximaal licht tot matig verhoogde gehalten te verwachten. Voor het deelgebied ‘ophoging’ betekent dit dat er een sterk verhoogd gehalte aan zink wordt verwacht. De aangetoonde zinkgehalten zijn echter niet van dien aard dat bepaalde functies niet mogelijk zouden zijn op basis van de te verwachten bodemkwaliteit.
Het gedeelte ten zuidoosten van het Europaplein is gelegen in het gebied ’inundatie’ en wordt gekenmerkt door lichte bijmengingen met bodemvreemde materialen zoals puinfragmenten, steenkoolgruis en steenkoolslakken.
Door een opeenstapeling van menselijke activiteiten en door de invloed van de Maas kan een sterk verhoogd gehalte aan zink en licht verhoogde gehalten aan de overige zware metalen, PAK en minerale olie worden verwacht.
Om te kunnen beoordelen of de kwaliteit van de bodem geschikt is om de ontwikkeling te realiseren en of eventuele vrijkomende grond kan worden hergebruikt, is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (CSO Adviesbureau, 11A085.R001.RP.GL, d.d. 2 augustus 2011, bijlage 3).
De belangrijkste bevindingen uit het onderzoek zijn:
  • in de bovengrond is plaatselijk bodemvreemd materiaal (baksteen en gebroken stenen) in de gradaties 'sporen' tot 'matig' aangetroffen;
  • er is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen, noch op het maaiveld noch in het opgeboorde bodemmateriaal;
  • de bodemlaag, van ongeveer 1,5 tot minimaal 5,5 m-mv, voldoet als vulzand;
  • de bovengrond is niet verontreinigd met bestrijdingsmiddelen;
  • in de bovengrond zijn plaatselijk maximaal lichte verontreinigingen met enkele zware metalen, PAK en PCB gevonden. Het gehalte PAK overschrijdt de Lokale Maximale Waarden (LMW) uit het bodembeheerplan van de gemeente Maastricht. Volgens het Besluit bodemkwaliteit vallen deze monsters in de klasse 'Industrie';
  • in de ondergrond zijn plaatselijk maximaal lichte verontreinigingen met enkele zware metalen gemeten. De LMW worden niet overschreden en volgens het Besluit bodemkwaliteit valt dit monster in de klasse 'AW2000'.
Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden vastgesteld dat geen sprake is van een 'geval van ernstige bodemverontreiniging'. Een nader onderzoek is niet noodzakelijk. 
Vanwege de aangetroffen – lichte – verontreinigingen kan grond van de locatie niet zonder meer worden verplaatst naar elders en daar worden toegepast. Het is in beginsel wel mogelijk om de grond binnen het plangebied te hergebruiken.
 
Deelgebied 2: Paviljoen
Voor dit deelgebied is in 1991 bodemonderzoek uitgevoerd in verband met de realisatie van winkelcentrum De Leim. De locatie is na de bouw van het winkelcentrum beklinkerd en als parkeerplaats gebruikt. De vigerende bestemming op de locatie waar het paviljoen wordt gerealiseerd is 'Centrum'. Hierbinnen mogen horecagelegenheden worden opgericht, zoals de gewenste brasserie. Omdat een bestemmingswijziging voor realisatie van het paviljoen niet noodzakelijk is, is een bodemonderzoek op dit moment niet nodig. Bij het toekennen van de vigerende bestemming in het bestemmingsplan is namelijk al de afweging gemaakt dat de bodemkwaliteit hier voldoende is om de functie 'Centrum' te kunnen toestaan. Zodra de omgevingsvergunning voor het oprichten van het paviljoen wordt aangevraagd moet daarbij een actueel bodemonderzoek worden overlegt.
Conclusie
De kwaliteit van de bodem levert geen belemmeringen op voor het bouwplan. Vrijkomende grond mag niet zonder meer buiten het plangebied worden toegepast.