Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: De Leim
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0935.bpDeLeim-vg01

5.3 Luchtkwaliteit

Hoofdstuk vijf van de Wet milieubeheer vormt het kader voor de beoordeling van de luchtkwaliteit in de buitenlucht. De Wet milieubeheer spreekt van grenswaarden en plandrempels. Grenswaarden zijn normen waaraan in een bepaald jaar voldaan dient te worden. Plandrempels zijn normen die jaarlijks strenger worden en langzaam groeien naar het niveau van de uiteindelijk te bereiken grenswaarde. De milieukwaliteitseisen voor luchtkwaliteit hebben tot doel het beschermen van de mens en het milieu tegen de schadelijke effecten van vervuilende stoffen in de buitenlucht. Voor diverse stoffen zijn grenswaarden opgenomen. Voor de Nederlandse situatie zijn op dit moment fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) de meest kritische vervuilingen.  
De luchtkwaliteit wordt bepaald door de aanwezige stoffen in de achtergrondconcentratie, bijdrage vanwege industriële en agrarische activiteiten en de bijdrage vanwege emissies van het verkeer. Vanaf de inwerkingtreding van het Besluit luchtkwaliteit in 2001 is gebleken dat op veel plaatsen in Nederland niet aan de normstelling voor luchtkwaliteit kon worden voldaan. Als gevolg daarvan zijn vele ontwikkelingen komen stil te liggen.
Op basis van ervaringen in het verleden blijkt dat kleinschalige plannen vrijwel geen invloed hebben op de lokale luchtkwaliteit. Anderzijds betekent dit ook dat met kleinschalige ingrepen nauwelijks een verbetering van de lokale luchtkwaliteit te realiseren is. Doordat in grote gebieden van ons land niet aan de normstelling kan worden voldaan, is het zaak om grootschalige verbeteringen door te voeren die een significant hebben op de landelijke luchtkwaliteit. 
Deze grootschalige maatregelen zijn samengebracht in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). In dit NSL zijn alle ‘grote’ projecten ondergebracht die een duidelijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Daarnaast zijn hier ook de gezamenlijk te nemen maatregelen in opgenomen. Op 1 augustus 2009
is het NSL formeel vastgesteld. Met de komst van het NSL komt ook een eind aan het individueel toetsen van elk nieuw plan aan de normen voor luchtkwaliteit. Dit op basis van de ervaring waaruit blijkt dat kleine plannen geen of een verwaarloosbare invloed hebben op de lokale luchtkwaliteit.
Op basis van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is het ‘Besluit niet in betekenende mate bijdragen’ van kracht. In dit besluit wordt geregeld welke nieuwe ontwikkelingen van een dermate beperkte omvang zijn dat de invloed van deze plannen op de lokale luchtkwaliteit niet meer individueel getoetst hoeft te worden. Als norm is hierbij aangehouden dat plannen waarvan de invloed op de lokale luchtkwaliteit minder is dan 3% van de grenswaarde
voor PM10 en NO2 als niet significant worden aangemerkt. Dergelijke plannen worden niet relevant geacht voor de lokale luchtkwaliteit.
VROM heeft de definitie van ‘in betekenende mate’ vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur (AMvB).
Projecten die de concentratie CO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling. Dit criterium is een ‘of-benadering’. Als een project voor één stof de 3%-grens overschrijdt, dan verslechtert het project ‘in betekenende mate’ de luchtkwaliteit. Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in een ministeriële regeling omgezet in getalsmatige grenzen, bijvoorbeeld:
  • Woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen;
  • Kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m² bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen.
Het aantal woningen (20) blijft ruimschoots onder de genoemde aantallen. Voor wat betreft de verkeersaantrekkende werking geldt hetzelfde. Op grond van het Basis verkeersmodel en een advies over de verkeersaantrekkende werking van de afdeling Verkeer van de gemeente Maastricht is een indicatieve berekening gemaakt. Hieruit blijkt dat de situatie slechts een marginale toename veroorzaakt: van 600-800 motorvoertuigen per etmaal naar 800 motorvoertuigen per etmaal en van 10-20 vrachtwagenbewegingen naar maximaal 3 % vrachtverkeer.In het kader van een goede ruimtelijke ordening is naast de toets Wet milieubeheer ook een toets noodzakelijk om vast te stellen dat voor de nieuwe woningen binnen het plangebied een goed woon- en leefklimaat te verwachten is. Hiervoor moet de luchtkwaliteit in de omgeving van de planlocatie nader worden bekeken. In de directe omgeving van het plangebied is de Rijksweg gelegen. Gelet op de verkeersstromen over deze weg en afstand tot het plangebied is een goed woon- en leefklimaat met betrekking tot luchtkwaliteit voor de woningen te verwachten.
 
Conclusie
Het bouwplan voorziet in de ontwikkeling van 20 woningen, detailhandel (waaronder een supermarkt), een horecagelegenheid en een parkeergarage. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de lokale luchtkwaliteit en past binnen het gestelde hierover in de Wet milieubeheer. De luchtkwaliteit ter plaatse leidt niet tot een beperking in het toekomstige woon- en leefklimaat van de woningen.