Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: De Leim
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0935.bpDeLeim-vg01

5.1 Water

De watertoets is een serie procesafspraken tussen initiatiefnemer, waterbeheerders en de gemeente om ervoor te zorgen dat de belangen van het watersysteem vroegtijdig worden mee beschouwd en meegewogen bij de locatiekeuze van nieuwe ontwikkelingen en bij de inrichting van het plangebied. De resultaten van het overlegproces worden verwoord in de waterparagraaf van de ruimtelijke onderbouwing.
Standaard bevat een waterparagraaf de volgende onderdelen, voor zover relevant.
  1. globale beschrijving van het watersysteem binnen het plangebied, inclusief alle door de waterbeheerder(s) als relevant aangemerkte aspecten en de wijze waarop daarmee binnen het initiatief rekening is gehouden;
  2. weergave van het gevoerde overlegproces met de waterbeheerder(s); 
  3. integrale weergave van het wateradvies over het (concept) voorontwerpplan;
  4. weergave van de verwerking van het wateradvies in het voorontwerpplan, met daarin aangegeven:
    1. doorgevoerde aanpassingen op het (concept) voorontwerpplan;
    2. resterende waterhuishoudkundige knelpunten;
    3. verzachtende en compenserende maatregelen;
  5. beschrijving van de resterende consequenties van het plan voor alle door de waterbeheerder(s) als relevant aangemerkte aspecten;
  6. in geval van wijzigingen tijdens het planvormingsproces: inzichtelijk maken van de consequenties van de planwijzigingen voor de relevante wateraspecten. 
Beschrijving watersysteem
De planlocatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied, nabij oppervlaktewater of nabij een zuiveringtechnische voorziening. Het gebied ligt op de oostelijke Maasterrassen waar de bodem bestaat uit een grind-zandpakket, afgedekt met een laag löss. De mogelijkheden voor infiltratie in de löss zijn matig, die in het grind-zandpakket zijn zeer goed. De GLG (gemiddeld laagste grondwaterstand) bevindt zich op circa 45 m +NAP, zijnde circa 7 m onder maaiveld. De GHG (gemiddeld hoogste grondwaterstand) ligt op circa 47 m +NAP en 5 m onder maaiveld. 
De waterbeheerders en de gemeente Maastricht hebben in hun beleid vastgelegd dat bij nieuwbouw in principe geen regenwater wordt aangesloten op de gemeentelijke riolering. Voor de verwerking van het regenwater hebben de waterbeheerders een voorkeursvolgorde ontwikkeld, zoals beschreven in de brochure Regenwater schoon naar beek en bodem. Na hergebruik hebben berging en infiltratie in oppervlakkige voorzieningen de voorkeur. Deze zijn goed controleerbaar en te onderhouden en maken het regenwater ook beleefbaar. Bovendien hebben infiltratievoorzieningen met een humeuze toplaag een uitstekende zuiverende werking, waardoor eventuele verontreinigingen niet of in mindere mate het grondwater bereiken. 
In het onderhavige plan is gekozen voor een dermate hoge bebouwingsgraad dat voor oppervlakte voorzieningen geen ruimte is. Wel zijn er mogelijkheden voor hergebruik (grijs watercircuit), waterberging op het en in het gronddek op de parkeergarage, open water op de parkeergarage en infiltratie naar het grindpakket (diepte-infiltratie) via de smalle groenzone aan de oost- en zuidzijde van de bebouwing.
In de uitwerking van het plan wordt hieruit een keuze gemaakt en een regenwatersysteem ontworpen gebaseerd op volledige verwerking van het regenwater via hergebruik en/of infiltratie. Aansluiting op de gemeentelijke riolering zal slechts worden overwogen als noodoverlaat. De voorzieningen worden gedimensioneerd op een neerslaggebeurtenis van 35 mm in 45 minuten. Een doorkijk wordt gemaakt naar een gebeurtenis van 45 mm in 30 minuten om een inschatting te maken van de kans op wateroverlast. De leegloop van de voorzieningen wordt ingesteld op maximaal 24 uur.
Vanuit de bescherming van de grondwaterwaterkwaliteit gelden de volgende ontwerp- en
beheervoorwaarden: uitsluitend toepassen van niet-uitlogende bouwmaterialen, het minimaal gebruik van strooizout en chemische onkruidbestrijdingsmiddelen en het toepassen van een zuiverende voorziening, zoals een bodempassage, bij diepte-infiltratie in de grindlaag.
Het afvalwater van de woningen, het paviljoen en de supermarkt wordt aangesloten op het gemeentelijke vuil waterriool.
 
Consequenties plan voor watersysteem
Op de planlocatie staat in de huidige situatie een loods, waarvan het dak is aangesloten op de gemeentelijke riolering. Doordat het regenwater van de nieuwbouw niet wordt aangesloten zal de gemeentelijke riolering en de rioolwaterzuiveringsinstallatie minder worden belast dan in de huidige situatie. Dit draagt tevens bij aan het terugdringen van riooloverstorten op oppervlaktewater.
De totale verhardingsoppervlakte neemt toe. Doordat al het regenwater wordt geïnfiltreerd, heeft dit echter weinig gevolgen voor de waterhuishouding. De grondwaterkwaliteit wordt minimaal beïnvloed door het toepassen van bronmaatregelen en het inpassen van een zuiverende voorziening in het infiltratiesysteem.