Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: De Leim
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0935.bpDeLeim-vg01

3.4 Archeologische waarden

Het uitgangspunt is dat archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt mogen bekende archeologische monumenten niet aangetast worden en moet in geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden die volgens de in beleidsnota “Springlevend Verleden. Beleidsnota Cultureel Erfgoed 2007-2012” in aanmerking komen, een nader onderzoek plaatsvinden naar archeologische waarden. Als het niet mogelijk is de archeologische waarden te behouden en het bodemarchief verstoord raakt, moet de veroorzaker de kosten voor zijn rekening nemen die nodig zijn om de archeologische informatie die in de bodem ligt opgeslagen, veilig te stellen en de resultaten uit te werken.
De archeologen in dienst van de gemeente Maastricht hebben kennis genomen van de resultaten van het bureauonderzoek voor de locatie Akersteenweg 124 in Maastricht. Uit de betreffende rapportage (Synthegra Rapport S110250, d.d. 26 januari 2012 bijlage 2) blijkt dat het risico dat archeologische resten tijdens de voorgenomen werkzaamheden aangetroffen worden aanwezig is. Met name voor resten uit de periodes vanaf het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd geldt een hoge verwachting. Om deze verwachting te toetsen is de aanbeveling gedaan een verkennend booronderzoek uit te laten voeren. Deze boringen zijn er vooral gericht op een analyse van de bodemopbouw en eventuele recente verstoring daarvan en dienen tot op de maximale verstoringsdiepte gezet worden. Het bevoegd gezag, in deze burgermeester en wethouders van Maastricht en namens deze de steller van dit besluit, onderschrijft dit advies. Het plan van aanpak voor het booronderzoek is voor de uitvoering van het veldwerk door het bevoegd gezag goedgekeurd.
Uit het verkennend booronderzoek (Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase Akersteenweg 124 Maastricht, Archeodienst, rapportnummer 148, versie 2.0, 18 juli 2012) blijkt dat de verwachting kan worden bijgesteld naar laag en dat geen verder archeologisch onderzoek nodig is.
Voor het voorgenomen paviljoen ter plaatse van het huidige binnenterrein (parkeerterrein) geldt dat deze zonder archeologisch onderzoek voorafgaand aan de werkzaamheden gebouwd kan worden. Hieraan zijn enkele voorwaarden verbonden: het bebouwde oppervlakte mag niet meer dan 250 m2 bedragen en het bouwwerk dient “ archeologie-vriendelijk” gefundeerd te worden, bv. door middel van poeren. Wanneer definitieve bouwtekeningen van het paviljoen gereed zijn, dienen deze voorgelegd te worden aan een gemeentelijk archeoloog. Als hieruit blijkt dat niet aan bovenstaande voorwaarden is voldaan, kan het selectiebesluit herzien worden. Opgemerkt wordt dat als tijdens de werkzaamheden archeologische resten of sporen aangetroffen worden, hiervan volgens artikel 53 en 54 van de Monumentenwet 1988 terstond melding moet worden gemaakt bij de opsteller van dit besluit.
Op basis van bovenstaande wordt geen dubbelbestemming opgenomen voor de bescherming van eventuele archeologische waarden.