Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: De Leim
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0935.bpDeLeim-vg01

2.4 Gemeentelijk beleid

2.4.1 Woningbouwprogramma Maastricht 2010-2019 (d.d. 24 november 2009
Het woningbouwprogramma is de invulling van de strategie Maastricht ‘Woonstad’ uit de geactualiseerde Stadsvisie, die is beschreven in het bestemmingsplan Scharn-Heer. Het programma houdt rekening met woningmarktontwikkelingen op korte en lange termijn. Belangrijke impulsen voor de ‘woonstad’ liggen vooral in de verdere ontwikkeling van drie woonmilieus: het centrumstedelijke (binnen de singels, veel gestapeld), het stedelijke (aan de rand van de binnenstad, vooral grondgebonden stadswoningen) en het randstedelijke (grenzend aan buitengebied, met name grondgebonden woningen met tuin) woonmilieu. Het plangebied ligt binnen het stedelijke woonmilieu. Enkele punten uit de woningbouwprogrammering zijn:
  • herstructurering bestaande voorraad doorzetten;
  • versterken van het middensegment en stimuleren van doorstroming;
  • topsegment gebruiken voor het aantrekken van nieuwe doelgroepen, afgestemd op de markt;
  • meer variatie in ouderenhuisvesting: met en zonder zorg, zelfstandig of gemeenschappelijk, appartement of grondgebonden;
  • levensloopbestendig en flexibel bouwen als vast uitgangspunt bij alle plannen;
  • ontwikkelen van woon-werk-woningen;
  • uitbreiding van de woningvoorraad met in beginsel 200-300 woningen per jaar tot 2015, afhankelijk van het migratiesaldo.
Het project, de vervanging van bestaande bedrijfsbebouwing door woningen en detailhandel, leidt tot de herstructurering van een deel van het stedelijk woonmilieu. De woningen worden uitgevoerd als levensloopbestendige appartementen.
2.4.2 Woonmilieubenadering uit Nota “Wonen in beweging”
Op het gebied van woonmilieus is de beleidsnota 'Wonen in beweging' (vastgesteld door de raad d.d. 20 mei 2003) het uitgangspunt. Deze nota gaat hoofdzakelijk uit van kwalitatieve aspecten van het woningbouwvraagstuk. Niet alleen de woning moet daarbij kwalitatief aan de eisen voldoen, ook dient deze te worden gerealiseerd in een aantrekkelijke buurt met een eigen karakter. In de nota worden zeven woonmilieus geïntroduceerd: centrumstedelijk, stedelijk, tuindorp-, parkwijk-, dorps-, stadsrand- en villamilieu. Het plangebied ligt binnen het woonmilieu 'parkwijk'.
 

Afbeelding 2: uitsnede kaart beleidsnota 'Wonen in beweging'
 
Het woonmilieu ‘Parkwijk’ heeft de volgende kenmerken:
  • gemiddelde woningdichtheid;
  • menging van grondgebonden en gestapelde woningen (gestapelde woningen bij hoofdwegen, parkranden en voorzieningen);
  • nadruk op openbaar groen in de openbare ruimte;
  • beperkte functiemenging;
  • aandeel huishoudens met kinderen veel groter dan centrumstedelijk woonmilieu;
  • aantrekkelijk milieu voor woningzoekenden naar betaalbare woonruimte.
In de 'Parkwijk' biedt de ruime stedenbouwkundige opzet mogelijkheden voor functieverandering en opwaarderen van entrees en hoofdwegen, is er relatief veel openbaar groen in de wijk en is de ligging ten opzichte van uitvalswegen, de autobereikbaarheid en parkeervoorzieningen beter dan in de vooroorlogse gebieden. De voorgestelde herontwikkeling speelt hier goed op in. Zo is hier sprake van de gewenste inbreiding en krijgt het perceel haar eigen identiteit. De appartementen worden gecombineerd met parkeervoorzieningen en detailhandel, waardoor de gewenste functiemenging kan plaatsvinden.
2.4.3 Detailhandelsnota (2008)
Het Maastrichtse detailhandelsbeleid is vastgelegd in de Detailhandelsnota 2008 vastgesteld d.d. 29 oktober 2008). In deze Detailhandelsnota is de huidige detailhandelsstructuur in kaart gebracht. Naast de binnenstad is onder meer wijkwinkelcentrum Heer benoemd als één van de grootste winkelconcentraties van Maastricht. Bij de opzet van de nieuwe detailhandelsstructuur is aangegeven dat winkelcentrum Heer de kans krijgt zich te versterken, in kwantitatief opzicht (in omvang en schaal) maar ook vooral in kwalitatief opzicht (verbeteren parkeren, ruimtelijke structuur en samenhang).
In het bestemmingsplan Scharn-Heer wordt het wijkwinkelcentrum Heer bestemd conform de bestaande situatie. Het bouwplan voegt een supermarkt toe aan de bestaande winkelbedrijven, inclusief een ondergrondse parkeervoorziening. Het plan draagt bij aan de bovengenoemde doelstellingen van de gemeente.
2.4.4 Horecanota (2008)
In de Horecanota 2008 (vastgesteld door de raad d.d. 22 januari 2008) is het horecabeleid voor Maastricht vastgelegd. Het nieuwe beleid, dat tot stand is gekomen na een intensieve en constructieve samenwerking tussen de gemeente Maastricht, Koninklijk Horeca Nederland, horecaondernemers, burgers en andere betrokkenen, biedt nieuwe kansen voor de gevestigde horeca en voor nieuwe initiatieven. Het beleid dat tot nu toe heeft gegolden, heeft, zo is ook gebleken uit de evaluatie, goed gewerkt maar bleek ook een verstikkende werking te hebben voor nieuwe ontwikkelingen in de horeca. Uit de evaluatie is ook gebleken dat de kwaliteit van het horeca-aanbod te wensen over laat, zeker voor een aantal doelgroepen waar Maastricht in de toekomst haar pijlen op wil richten. Wil Maastricht haar positie in de (Eu)regio handhaven als Bourgondische stad, Universiteitsstad, Winkelstad en Europese stad, dan zal vooral de horeca, die mede vorm geeft aan dit imago, de handen uit de mouwen moeten steken om dit karakter te bewaren en te versterken.
Het stadsbestuur wil binnen de wettelijke kaders en mogelijkheden de Maastrichtse horeca een kans bieden en nieuwe ontwikkelingen laten bijdragen tot een betere kwaliteit van de stad. Maastricht wil met het nieuwe horecabeleid zorgen dat:
  • geen ongeoorloofde hinder door horeca-inrichtingen ontstaat en een goede balans gecreëerd wordt tussen horeca en leefmilieu;
  • haar positie in de regio behouden of zelfs versterkt wordt;
  • er meer werkgelegenheid wordt gecreëerd in de horeca;
  • nieuwe ontwikkelingen een kans krijgen, vooral ontwikkelingen die passen in het imago van de stad die Maastricht wil zijn of worden en die bijdragen aan een hogere kwaliteit van de horeca;
  • het horeca-aanbod gedifferentieerd is en voorziet kwantitatief en kwalitatief in de behoefte van de doelgroepen waarop het beleid uit de stadsvisie 2030 is gericht.
De gemeente Maastricht wil meer kansen bieden voor horeca. Horecavestiging moet op meer plaatsen mogelijk zijn. Echter niet overal in de stad ligt die vestiging van horecagelegenheden evenzeer voor de hand. Er wordt daarom specifiek voor deze nota een onderscheid gemaakt in vijf gebieden (“ringen” van de stad):
  1. de winkelzone;
  2. horecaconcentratiegebieden;
  3. het overig centrum, binnen de singels (tot aan Statensingel, Boschstraat en Spoorweglaan);
  4. de woongebieden;
  5. de periferie (snelweg-, kantoor/bedrijvenlocaties, buitengebied).
Het voorliggende plangebied is gelegen in zone 4 (de woongebieden). In de grote woongebieden buiten het centrum, zoals het onderhavige plangebied, staat de woonfunctie centraal. Nieuwe horecavestigingen zijn in principe niet toegestaan, tenzij aan een aantal criteria wordt voldaan. Zo kan horeca zich mogelijk vestigen in de volgende situaties:
  • in verband met een bijzondere functie of een bijzondere ligging (naast woonwijk of natuurgebied);
  • in het belang van het behoud van bepaalde karakteristieke historische panden is soms horecavestiging toegestaan (bijv. kasteelhoeven);
  • horecavestiging is mogelijk om het minimale voorzieningenniveau in een wijk te handhaven (buurtcafé, snackbar, restaurant of gemeenschapshuis).
Elke aanvraag voor nieuwe horeca in deze gebieden zal aan de bovengenoemde criteria worden getoetst. Het paviljoen wordt gerealiseerd in het winkelgebied van De Leim en voorziet in een behoefte van het winkelend publiek voor pauze en versnaperingen. Het is een lunchroom die in beginsel tijdens winkelopening geopend is en bijdraagt aan het minimale voorzieningenniveau van de wijk. De ontwikkeling past als zodanig in het gemeentelijk beleid.
2.4.5 Nota parkeernormen Maastricht (2011)
In het Beleidsplan Parkeren uit 2007 is de stad verdeeld in vier verschillende parkeerzones en –regimes. In elke zone geldt een eigen beleid ten aanzien van parkeren in de openbare ruimte en het parkeren in accommodaties of bij bedrijven en voorzieningen. In de Nota Parkeernormen worden parkeernormen gekoppeld aan de verschillende zones. In algemene zin is aansluiting gezocht bij de parkeerkencijfers van het CROW (ASVV 2004). Het CROW is het Nationaal kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte.
Bij nieuwe ontwikkelingen zullen initiatiefnemers aan deze parkeernormering moeten voldoen. De locatie is gelegen in de zone 'schil/overloopgebied'. 
Het bouwplan voorziet in een ondergrondse parkeervoorziening met 104 parkeerplaatsen. Op maaiveldniveau worden nog eens 51 parkeerplaatsten gerealiseerd. Volgens de parkeernormering van de gemeente zijn 117 plaatsen nodig. Er wordt dus ruim aan de parkeernormen voldaan.
2.4.6 Bodembeheerplan Maastricht (2007)
Het Bodembeheerplan Maastricht maakt deel uit van een algemeen bodembeleidskader: het Beleidskader Bodem. Op zijn beurt maakt het Beleidskader Bodem weer deel uit van het Natuur en Milieuplan van Maastricht. Het Bodembeheerplan is inhoudelijk van toepassing op die locaties waar de bodem is beïnvloed door de grootschalige diffuse bodemverontreiniging. Daarnaast kan dit Bodembeheerplan in een aantal gevallen ook gebruikt worden bij de aanpak van immobiele puntverontreinigingen. De gemeente Maastricht hanteert de bodemkwaliteitsdoelstellingen bij het beoordelen van de bodemkwaliteit bij bouwaanvragen, grondverzet, bestemmingswijzigingen en in saneringssituaties.
2.4.7 Energienota 'Maastricht steekt energie in het klimaat'
De Energienota ‘Maastricht steekt energie in het klimaat’ (2007) is een weergave voor de komende jaren van de visie en ambities van de stad Maastricht op het gebied van klimaat en energie. De ambities zijn helder: een klimaatneutrale gemeente in 2030 en een klimaatneutrale gemeentelijke organisatie in 2015. De gemeente Maastricht is zich ervan bewust dat deze opgave niet zonder de medewerking van anderen gerealiseerd kan worden. Een brede maatschappelijke samenwerking is van essentieel belang. Iedere burger, het bedrijfsleven, de industrie, de gezondheidsinstellingen en het onderwijs krijgen er vroeg of laat mee te maken. Belangrijke pijler in het streven naar klimaatneutraliteit is het terugdringen van de CO2-uitstoot. De Energienota geeft voor verschillende doelgroepen de richting aan waarlangs die CO2-reductiedoelstelling kan worden gerealiseerd, technisch en organisatorisch. Aan de eisen ten aanzien van energie zal in het stadium van de beoordeling van bouwaanvraag worden getoetst.
2.4.8 Hogere grenswaardenbeleid Maastricht
Volgens artikel 110a lid 5 van de Wet geluidhinder is het college van Burgemeester en wethouders bevoegd hogere grenswaarden (geluidbelasting op de gevel van onder andere woningen) vast te stellen als maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting vanwege industrieterreinen, spoorbanen en wegen onvoldoende doeltreffend zullen zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.
Om invulling te geven aan de beleidsruimte die genoemd artikel biedt, heeft de gemeente geluidsbeleid ontwikkeld. Hiermee kan de gemeente sturen in de ontheffingverlening en voorkomen dat ad hoc ontheffingen worden verleend. Het geluidsbeleid is ook van belang voor de bescherming van burgers tegen geluidhinder, de leefkwaliteit en als kader voor het toetsen aan een goede ruimtelijke ordening. Bij nieuwe ontwikkelingen dient bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarde rekening te worden gehouden met dit beleid.
2.4.9 Waterplan Maastricht
In het Waterplan Maastricht is het beleid van alle waterbeheerders in de stad gebundeld tot een gezamenlijk streefbeeld, waaronder een visie op de ruimtelijke waterstructuur. De watertoets is een belangrijk instrument in dit kader. Oppervlaktewater en grondwater staan in het waterplan centraal. Riolering, afvalwaterbehandeling en watergebruik worden meegenomen voor zover er een relatie bestaat met het watersysteem van grond- en oppervlaktewater. 
In het plan zijn meetbare doelstellingen geformuleerd voor de thema’s ‘Waterkwantiteit en Veiligheid’ en ‘Waterkwaliteit en Ecologie’. De opdrachten die uit deze doelstellingen volgen zijn vertaald in een ruimtelijke waterstructuur voor de stad. Hierin zijn principes aangegeven over hoe met water om te gaan in de verschillende delen van de stad.
Voor Waterkwantiteit en Veiligheid geldt dat in normale omstandigheden het watersysteem, de functies en het grondgebruik zoveel mogelijk op elkaar zijn afgestemd. Ook voor extreme omstandigheden is het watersysteem op orde. Voor nieuwe bebouwing wordt gestreefd naar een volledig gescheiden rioolstelsel (en maximaal 20% verharding aangesloten op riolering). De belangrijkste ruimtegerelateerde doelstellingen zijn:
  • aansluiten bij de natuurlijke waterkringloop door het afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering;
  • zoveel mogelijk voldoen aan de watervraag van de functies;
  • voor schoon oppervlaktewater is het sanering of verminderen van overstorten uit de riolering ook een belangrijk middel. 
Afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering vereist een aanpassing van de ont- en afwateringsstructuur. Momenteel wordt het water immers ondergronds via buizen afgevoerd. In een waterstructuur, ingebed in de ruimtelijke structuur van de stad moet water worden vastgehouden (infiltreren), geborgen en uiteindelijk worden afgevoerd. Voor Maastricht-West, Maastricht-Oost en het Binnenstedelijk gebied zijn principes uitgewerkt voor de ruimtelijke waterstructuur. Allemaal gaan ze in beginsel uit van vasthouden-bergen-afvoeren. In Maastricht-West ligt de nadruk op infiltreren, gezien de grote natuurlijke gradiënten in het landschap. Aangezien de grondwaterstand van nature zeer diep onder maaiveld ligt is er weinig kans op grondwateroverlast. De infiltratiecapaciteit van de bodem zal de beperking vormen, hetgeen vraagt om voldoende ruimte voor infiltratie om genoeg water te kunnen infiltreren. In Maastricht-Oost ligt de nadruk meer op afvoeren, zodat de landgoederenzone van water kan worden voorzien. De uitgangspunten van het gemeentelijk waterplan zijn meegenomen in de waterparagraaf, die verderop in dit bestemmingsplan wordt beschreven.
2.4.10 Luchtkwaliteitsplan
De luchtkwaliteit in de gemeente Maastricht voldoet niet overal aan de eisen die de Wet milieubeheer hieraan stelt. Het luchtkwaliteitsplan bevat een plan van aanpak voor de verbetering van de luchtkwaliteit op de overschrijdingslocaties.
Uit een eindevaluatie is naar voren gekomen dat het luchtkwaliteitplan succesvol is uitgevoerd en dat de luchtkwaliteit, uitgaande van de grenswaarden voor fijn stof en stikstofdioxide, in Maastricht aanzienlijk is verbeterd en ook al voldoet aan de gestelde grenswaarden. Onzekerheden ten aanzien van nieuwe regelgeving, effecten van (nationale) maatregelen en het ontbreken van een veilige waarde voor fijn stof zorgen er echter voor dat aandacht voor luchtkwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen ook in toekomst van belang blijft. In de periode tot 2015 blijft daarom gewerkt worden aan het verbeteren van de luchtkwaliteit.
2.4.11 Locatiebeleid Luchtkwaliteit (2008)
Het beleidsstuk Locatiebeleid luchtkwaliteit is in 2008 vastgesteld. Het bevat een kader voor de beoordeling of een bepaalde ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, bezien vanuit het aspect luchtkwaliteit.
Deze afweging vindt plaats naast de beoordeling of een ontwikkeling leidt tot overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit in de Wet milieubeheer. In het geval aan de grenswaarden wordt voldaan, kunnen gevoelige bestemmingen, zoals woningen, in de regel worden opgericht zonder nadere afweging.  
2.4.12 Beleidsvisie Externe veiligheid
Op 29 mei 2012 heeft de gemeenteraad de Beleid Externe Veiligheid vastgesteld. Deze beleidsvisie is gericht op het beheersen van risico’s en het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving.
De Beleidsvisie Externe Veiligheid omvat 3 verantwoordingsniveaus, ter invulling van de verplichte elementen van de verantwoording van het groepsrisico.
Het plangebied ligt in de nabijheid van de Akersteenweg en andere wegen, waarover transport van gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden. In dit geval hoort een afweging op niveau 2 deel uit te maken van het bestemmingsplan. Deze afweging is als bijlage 4 bij deze toelichting gevoegd. In paragraaf 5.5 wordt verder ingegaan op het aspect externe veiligheid.