Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: De Leim
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0935.bpDeLeim-vg01

2.2 Provinciaal beleid

2.2.1 Provinciaal Omgevingsplan Limburg
Het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2006 (verder: POL 2006) is een integraal plan dat bestaande plannen voor de fysieke omgeving op de beleidsterreinen milieu, water, ruimte, mobiliteit, cultuur, welzijn en economie integreert. Het bevat de provinciale visie op de ontwikkeling van Limburg en beschrijft voor onderwerpen waar de provincie een rol heeft de ambities, de context en de hoofdlijnen van de aanpak. POL 2006 is het beleidskader voor de toekomstige ontwikkeling van Limburg tot een kwaliteitsregio, die zich bewust is van de unieke kwaliteit van de leefomgeving en de eigen identiteit. In de kwaliteitsregio Limburg wordt ingezet op duurzame ontwikkeling.
Volgens 'Kaart 1 Perspectieven' van het POL ligt het plangebied binnen perspectief P9, ‘Stedelijke bebouwing.’ Deze stedelijke bebouwing is gelegen binnen de grens stedelijke dynamiek, die gekoppeld is aan de stadsregio’s.
Het zo compact mogelijk houden van de steden is daarbij het uitgangspunt. Iedere stadsregio is voorzien van een grens stedelijke dynamiek. Binnen de stadsregio’s dienen nieuwe activiteiten zoveel mogelijk geconcentreerd te worden in de bestaande stedelijke bebouwing. 
De Stedelijke bebouwing (Perspectief 9) omvat de aanwezige of als zodanig reeds bestemde woon-, winkel- en voorzieningengebieden, bedrijventerreinen en bijbehorende wegen. Waar nodig wordt hier door herstructurering de vitaliteit van buurten en wijken en de kwaliteit van werklocaties geborgd dan wel verbeterd. Binnen de bestaande bebouwing verdienen de stedelijke centrumgebieden bijzondere aandacht, levendige gebieden met een sterke menging van functies. Hier komt de stedelijke dynamiek bij uitstek tot uiting. Behoud en versterking van die vitaliteit van centrumgebieden is uitgangspunt. Bijzonder belang wordt gehecht aan de aanwezigheid in centrumgebieden van woonfuncties en stedelijke voorzieningen (publieksgerichte kantoren, stedelijke recreatie, recreatief winkelen).
Het bouwplan omvat de herstructurering van een deel van een stedelijk gebied en bevordert de vitaliteit van het centrumgebied Heer. Daarmee voldoet het aan de uitgangspunten van het provinciale beleid.
2.2.2 Provinciale Woonmilieuvisie
Gedeputeerde Staten van Limburg (GS) hebben op 1 februari 2011 de Provinciale Woonvisie 2010-2015 vastgesteld. De visie beschrijft hoe de woningvoorraadontwikkeling de komende jaren vorm gegeven kan worden, welke rollen en taken de provincie daarbij kan vervullen en hoe de provincie deze ambities tracht te realiseren. De provincie is ervoor verantwoordelijk dat woningbouwplannen op bovenlokaal niveau op elkaar worden afgestemd en vervult daarbij een rol als aanjager, regisseur, stimulator en intermediair tussen diverse partijen.
Voor de lange termijn streeft de provincie naar 'de juiste woning op de juiste plek en op het juiste moment beschikbaar'. De woonconsument staat hierbij centraal. Het gaat er om een goed functionerende woningmarkt (en uiteindelijk leefomgeving) te scheppen en in stand te houden, waarin alle betrokkenen in hun behoeften kunnen voorzien, en waarin dat ook in de toekomst voor de toekomstig betrokkenen mogelijk zal zijn.
Welbeschouwd gaat het dus om duurzame ontwikkeling.Voor de korte termijn streeft de provincie naar een kwalitatief goede en passende woningvoorraad met voldoende betaalbare woningen die voor de verschillende doelgroepen in voldoende mate beschikbaar zijn. De bestaande woningvoorraad voldoet, mede gezien de demografische ontwikkelingen (krimp en vergrijzing), deels niet meer aan de huidige en toekomstige woningbehoefte. De provincie ziet hier voor Limburg zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve opgave.
Volgens de prognoses neemt in Zuid-Limburg als geheel de woningbehoefte af vanaf 2014, Midden- en Noord-Limburg volgen later (2025/2029). In alle regio’s staat daar een forse en kostbare herstructureringsopgave tegenover. 
Zuid-Limburg
De afgelopen tien jaar krimpt de bevolking in de regio al en dit zal in de toekomst zo doorgaan. De opgave voor de regio staat in het teken van vervangen en definitief onttrekken van woningen aan de voorraad. De kwantitatieve behoefte neemt af en de kwalitatieve behoefte neemt toe. In de regio wordt ingezet op het programmatisch transformeren van de bestaande woningvoorraad naar de toekomstig gewenste kwaliteiten en samenstelling. De omvorming van de woningvoorraad, het wegnemen van het acute woningoverschot zal voor 90 tot 95% binnen de stadsregio’s moeten worden waargemaakt, door middel van herstructurering, sloop en vervangende nieuwbouw. Binnen de stadsregio’s moeten de nieuwe activiteiten zoveel mogelijk worden geconcentreerd worden in de bestaande stedelijke bebouwing.