Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Hoogspanningskabels Limmel
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0935.bpHoogspanning-vg01

Artikel 12 Leiding - Ondergrondse kabel

12.1 Bestemmingsomschrijving
 
De voor 'Leiding - Ondergrondse kabel' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van ondergrondse hoogspanningskabels.
 
12.2 Bouwregels
 
Op de voor 'Leiding - Ondergrondse kabel' aangewezen gronden mogen, in afwijking van hetgeen in de overige regels is bepaald:
  1. ondergrondse hoogspanningskabels worden aangelegd op een diepte van maximaal 2,00 meter beneden peil;
  2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 2,5 meter mag bedragen.
 
12.3 Afwijken van de bouwregels
  1. Burgemeester en Wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 12 lid 2 voor het bouwen krachtens de overige bestemmingen van deze gronden, mits hierdoor geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de betreffende ondergrondse hoogspanningskabel(s);
  2. er kan slechts worden afgeweken van de bouwregels indien vooraf advies wordt ingewonnen bij de kabelbeheerder waaruit blijkt dat de belangen van de kabelbeheerder niet worden geschaad.
12.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
12.4.1 Verbod
 
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: 
  1. het aanbrengen van een gesloten wegdek;
  2. het verrichten van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk;
  3. het indrijven van voorwerpen in de grond zoals damwanden, heipalen, reclamezuilen, lichtmasten, verkeersborden, verkeerssignaleringen enz.;
  4. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen;
  5. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging;
  6. het permanent opslaan van goederen; 
  7. het vellen of rooien van houtgewas
12.4.2 Uitzonderingen
 
Het in artikel 12 lid 4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
  1. het normale onderhoud betreffen dan wel van ondergeschikte betekenis zijn en/of voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de bestemming;
  2. op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn, dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagd vergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd.
12.4.3 Toelaatbaarheid
 
De werken of werkzaamheden als bedoeld onder artikel 12 lid 4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan, hetzij direct, hetzij indirect, te verwachte gevolgen de in de aanhef van dit artikel omschreven doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld onder artikel 12 lid 4.1 dient de kabelbeheerder te worden gehoord en dient deze hiermee in te stemmen.