Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Noorderbrug e.o.
Status: onherroepelijk
Plan identificatie: NL.IMRO.0935.bpNoorderbrugeo-oh01

Artikel 16 Algemene gebruiksregels

16.1 Strijdig gebruik
 
Het is verboden gronden, gebouwen bouwwerken en onderkomens te gebruiken in strijd met de bepalingen in deze regels. Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:
  1. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie;
  2. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van smart-, head- en growshops.
16.2 Compensatie en mitigatie
16.2.1 Compenserende maatregelen natuur
Om de negatieve effecten op natuur te compenseren, wordt de in de tabel 1 vermelde maatregel genomen.
 
Tabel 1 compenserende maatregelen natuur
 
 Aantasting  Maatregel
 1.Vernietiging 0,23 ha. Provinciale Ontwikkelingszone Groen (POG) Aanleg minimaal 0,3 ha. (incl. 33% kwantiteitstoeslag) bij de kruising van de nieuwe aanlanding van de Noorderbrug met het spoortalud.  Op deze locatie wordt een combinatie van de natuurdoeltypen glansklaverhooiland, droge ruigte en doornstruweel ontwikkeld.
16.2.2 Mitigerende maatregelen natuur
1. Om de negatieve effecten op natuur te verminderen, worden de werkzaamheden uitgevoerd met inachtneming van een ecologisch protocol. In dit ecologisch protocol wordt vastgelegd hoe zal worden omgegaan met beschermde natuurwaarden voor, tijdens en na de uitvoering.
 
2. In aanvulling op de in sub 1 beschreven mitigerende maatregel worden de in de tabel 2 vermelde locatiespecifieke mitigerende maatregelen genomen.
 
Tabel 2 mitigerende maatregelen natuur
 
  AantastingMaatregel 
 1.
Versnippering leefgebied
(vleermuizen, amfibieën en reptielen)
Aanleg van een minimaal 20 meter brede faunastrook onder de nieuwe Noorderbrug in aansluiting op de ecologische verbinding.
 2.
Versnippering leefgebied
(reptielen, dagvlinders, vleermuizen
en overige zoogdieren)
Realisatie van ecologische verbinding in aansluiting op het spoortalud waar de nieuwe aanlanding van de Noorderbrug het spoortalud kruist. Daarbij dient een vegetatie van glanshaverhooiland, droge ruigte, doornstruweel ontwikkelt te worden in combinatie met de realisatie van zandig/stenig substraat, stapelmuren en boomstroken.
 3.
 Versnippering leefgebied
(vleermuizen)
Realisatie van een hop-over aan weerszijden van de aanlanding van de Noorderbrug en de verbindingszone voor bossoorten tussen Frontenpark en Steilrandpark.
 4.
Versnippering leefgebied
(vleermuizen en Das)
 Realisatie van een hop-over en dassentunnel bij de nieuwe Sandersweg ter hoogte van het Steilrandpark.
 5.
Verlies vaste rust- en verblijfplaatsen
(vleermuizen)
Ophangen tijdelijke vleermuiskasten (met een factor 4). In nieuwbouw of in bestaande gebouwen worden vervolgens permanente voorzieningen getroffen.
 6.
Verlies van leefgebied en groeiplaatsen
(Steenbreekvaren, Tongvaren, Stengelomvattend
havikskruid)
Realisatie stenige constructie waar de betreffende planten naartoe verplaatst kunnen worden.
 7.
Verstoring door licht en geluid (Das)
Aanplant van een wal met doornstruweel tussen de burcht en de Bosscherlaan.
 8.
Verlies van leefgebied en groeiplaatsen
(Das, Eekhoorn, vleermuizen en Hazelworm)
Behoud en ontwikkeling bosbiotoop binnen het Steilrandpark die voldoet aan de leefgebieds- en migratie-eisen van de betreffende soorten.  
 9.
Verlies van leefgebied en groeiplaatsen
(Muurhagedis, Levendbarende hagedis,
Hazelworm, amfibieën en vaatplanten)
behoud en ontwikkeling schraalland  en stenig biotoop binnen het Frontenpark die voldoet aan de leefgebieds- en migratie-eisen van de betreffende soorten.
    
3.  De in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen mogen niet eerder worden gerealiseerd dan nadat de  op die bestemming betrekking hebbende mitigerende maatregelen zijn gerealiseerd.