direct naar inhoud van Artikel 6 Leiding - Gas
Plan: Timmerfabriek
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0935.bptimmerfabriek-vg01

Artikel 6 Leiding - Gas

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en/of bescherming van de aangeduide gasleiding.

6.2 Bouwregels

In afwijking van hetgeen elders in deze planregels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige bestemmingen van deze gronden, mogen op of in deze bestemming begrepen grond uitsluitend worden gebouwd bouwwerken voor de aanleg en instandhouding van de leiding tot een maximale bouwhoogte van 3 meter.

6.3 Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in 6.2 ten behoeve van bebouwing als toegestaan ingevolge de ter plaatse geldende andere bestemmingen.

6.3.1 Afwegingskader

Een ontheffing als bedoeld in lid 6.3 wordt slechts verleend:

  • a. nadat ter zake advies is ingewonnen van de beheersinstantie van de in 6.1 bedoelde leiding;
  • b. indien de beslissing met betrekking tot de ontheffing aan de betreffende beheersinstantie wordt meegedeeld;
  • c. indien door de bouw en situering van de betreffende bebouwing geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de bedrijfsveiligheid van debetreffende leiding.
6.4 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het permanent opslaan van goederen buiten de gebouwen.

6.5 Aanlegvergunning
6.5.1 Verbod

Het is verboden, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning), op of in deze gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. Het aanbrengen van een gesloten wegdek.
  • b. Het aanbrengen van beplantingen en/of bomen c.q. het vellen en/of rooien ervan.
  • c. Het tot stand brengen en/of in exploitatie nemen van boor- en pompputten.
  • d. Het uitvoeren van afgravings- en ontgrondingswerkzaamheden anders dan normaal spitwerk, dieper dan 0,30 meter.
  • e. Het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpenin de bodem, dieper dan 0,30 meter.
  • f. Het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding en/of ophoging.
6.5.2 Uitzonderingen op verbod

Het in 6.5.1 bepaalde is niet van toepassing voor:

  • a. werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde;
  • b. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;
  • c. werken of werkzaamheden binnen het kader van de normale bodemexploitatie en bodemgebruik;
  • d. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd.
6.5.3 Afwegingskader

De werken of werkzaamheden zoals bedoeld in 6.5.1 zijn slechts toelaatbaar:

  • a. indien hierdoor geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de bedrijfsveiligheid van de betreffende leiding;
  • b. nadat ter zake advies is ingewonnen van de beheersinstantie van de in 6.1 bedoelde leiding;
  • c. indien de beslissing met betrekking aanlegvergunning aan de betreffende beheersinstantie wordt meegedeeld.