Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Noorderbrug e.o.
Status: ontwerp
Plan identificatie: NL.IMRO.0935.bpNoorderbrugeo-ow01

Artikel 19 Algemene aanduidingsregels

19.1 geluidzone - industrie
  1. Op de gronden gelegen binnen de aanduiding 'geluidzone - industrie' mogen, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, geen nieuwe geluidgevoelige objecten worden gebouwd. 
  2. Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
    1. de gebiedsaanduiding ´geluidzone-industrie´ opgeheven wordt, indien de aanwezige geluidhinderlijke inrichting gesaneerd is, dan wel uit nader onderzoek is gebleken dat de aanwezige geluidhinderlijke inrichting buiten werking is gesteld, of
    2. in die zin dat de gebiedsaanduiding ´geluidzone-industrie´ verkleind wordt, indien uit nader onderzoek is gebleken dat de geluidzone als gevolg van een wijziging in een geluidhinderlijke inrichting kleiner is geworden.
19.2 milieuzone - geurzone
  1. Op de gronden gelegen binnen de aanduiding 'milieuzone - geurzone' mogen, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, geen nieuwe geurgevoelige objecten worden gebouwd.  
  2. Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
    1. de gebiedsaanduiding ´milieuzone-geurzone´ opgeheven wordt, indien de aanwezige geurhinderlijke inrichting gesaneerd is, dan wel uit nader onderzoek is gebleken dat de aanwezige geurhinderlijke inrichting buiten werking is gesteld, of
    2. in die zin dat de gebiedsaanduiding ´milieuzone-geurzone´ verkleind wordt, indien uit nader onderzoek is gebleken dat de geurzone als gevolg van een wijziging in een geurhinderlijke inrichting kleiner is geworden.
19.3 milieuzone - gezoneerd bedrijventerrein
  1. De gebiedsaanduiding 'milieuzone - gezoneerd bedrijventerrein' geeft de begrenzing aan van een gezoneerd bedrijventerrein. Geluidzoneringplichtige inrichtingen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'gezoneerd bedrijventerrein'.
  2. Burgemeester en wethouders kunnen, bij wijziging of opheffing van de onder a. bedoelde milieuzone, het bestemmingsplan wijzigen ten behoeve van het wijzigen of verwijderen van de gebiedsaanduiding ´milieuzone - gezoneerd bedrijventerrein' op de verbeelding.
19.4 veiligheidszone - bevb
  1. Op de gronden gelegen binnen de aanduiding 'veiligheidszone - bevb' mogen geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten worden gesitueerd;
  2. Burgemeester en wethouders kunnen, bij wijziging of opheffing van de onder a. bedoelde veiligheidszone, het bestemmingsplan wijzigen ten behoeve van het wijzigen of verwijderen van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone-bevb’ op de verbeelding.
19.5 veiligheidszone - externe veiligheid
  1. Op de gronden gelegen binnen de aanduiding 'veiligheidszone - externe veiligheid' mogen geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten worden gesitueerd;
  2. Burgemeester en wethouders kunnen, bij wijziging of opheffing van de onder a. bedoelde veiligheidszone, het bestemmingsplan wijzigen ten behoeve van het wijzigen of verwijderen van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone-externe veiligheid’ op de verbeelding.
19.6 veiligheidszone - lpg
  1. Op de gronden gelegen binnen de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' mogen geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen worden gesitueerd.
  2. Burgemeester en wethouders kunnen bij opheffing van het LPG-vulpunt het bestemmingsplan wijzigen ten behoeve van het verwijderen van de gebiedsaanduiding ´veiligheidszone-lpg’ op de verbeelding.
19.7 vrijwaringszone - spoor
  1. Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'rijwaringszone –spoor’ mogen, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde worden opgericht.
  2. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a. teneinde de afstand van bebouwing tot het spoor te verkleinen, mits de belangen vanuit railverkeer niet in het gedrang komen. Hiertoe dient de beheerder van de spoorweg te worden gehoord.
19.8 Wro-zone - wijzigingsgebied 1
 
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 Wro de bestemming van gronden binnen de gebiedsaanduiding 'Wro-zone wijzigingsgebied 1' te wijzigen in de bestemming 'Detailhandel-PDV', met inachtneming van de volgende wijzigingsregels:  
  1. de te realiseren detailhandelsvestiging(en) dient (en) te passen binnen de in artikel 1 van deze regels opgenomen begripsbepaling 'PDV'; 
  2. het totaal aan PDV, inclusief de in artikel 5 lid 1 sub a genoemde oppervlakte, mag niet meer bedragen dan 50.000 m² winkelvloeroppervlak;
  3. Burgemeester en wethouders toetsen bij de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in ieder geval of voldaan kan worden aan de eisen van de Wet geluidhinder, de Flora- en faunawet en de Wet milieubeheer;
  4. bebouwing mag plaatsvinden in maximaal twee bouwlagen, met dien verstande dat de minimale bouwhoogte 8 meter bedraagt en de maximale bouwhoogte 12 meter mag bedragen;
  5. het te wijzigen gebied mag volledig worden bebouwd;
  6. van het te bebouwen oppervlak van het te wijzigen gebied mag maximaal 20% worden bebouwd met een maximale bouwhoogte van 50 meter;
  7. er dient een rechtstreekse verbinding met het openbaar gebied wordt gerealiseerd;  
  8. er dient te worden voldaan aan de parkeernormen uit de 'Nota Parkeernormen Maastricht 2011', die als  bijlage 3 bij deze regels is gevoegd;
  9. de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad;
  10. er mogen geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woonmilieu dan wel de bedrijfsvoering van bedrijven ontstaan of kunnen ontstaan.
  11. nadat de bestemming is gerealiseerd, zijn de regels zoals opgenomen in artikel 5 van toepassing.    
19.9 Wro-zone - wijzigingsgebied 2
 
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 Wro de bestemming van gronden binnen de gebiedsaanduiding 'Wro-zone wijzigingsgebied 2' te wijzigen in de bestemming 'Verkeer', met inachtneming van de volgende wijzigingsregels:
  1. de wijzigingsbevoegdheid mag alleen worden benut voor de aanpassing van het tracé van de Bosscherlaan ten behoeve van een optimale verkeersontsluiting in het plangebied;
  2. Burgemeester en wethouders toetsen bij de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in ieder geval of voldaan kan worden aan de eisen van de Wet geluidhinder, de Flora- en faunawet en de Wet milieubeheer;
  3. belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad;
  4. er mogen geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woonmilieu dan wel de bedrijfsvoering van bedrijven ontstaan of kunnen ontstaan;
  5. voor het overige zijn de regels zoals aangegeven in artikel 7 van toepassing.
19.10 Wro-zone - wijzigingsgebied 3
 
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 Wro de bestemming van gronden binnen de gebiedsaanduiding 'Wro-zone wijzigingsgebied 3' te wijzigen in de bestemming 'Groen' en/of 'Verkeer', met inachtneming van de volgende wijzigingsregels:
  1. Burgemeester en wethouders toetsen bij de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in ieder geval of voldaan kan worden aan de eisen van de Wet geluidhinder, de Flora- en faunawet en de Wet milieubeheer;
  2. belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad;
  3. voor het overige zijn de regels zoals aangegeven in artikel 6 ('Groen') respectievelijk artikel 7 ('Verkeer') van toepassing.